Uitspraak
tussenbeschikking op een verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap
Postbus 2071, 6020 AB Budel,
Kamer van Koophandel-nummer 69152500,
[naam] ,geboren te [woonplaats] op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.
procedure
beoordeling
Betrokkene woont in één huis met zijn zus, [naam] . Verzoeker stelt dat hij niet in staat is zijn werkzaamheden als bewindvoerder en mentor uit te voeren en dat de verwachting is dat dit ook niet zal veranderen. De reden hiervoor is dat [de zus van betrokkene] geen enkele medewerking verleent aan het van de grond komen van het bewind en mentorschap. Verzoeker wordt door haar de toegang tot de woning van haar en betrokkene ontzegd. In voorkomende gevallen mag verzoeker met betrokkene “buitenshuis” afspreken, zo heeft [de zus van betrokkene] na de zitting van 30 september 2025 medegedeeld. Daarin is daarna geen verandering gekomen. Ook werkt zij niet mee aan het voorspoedig laten verlopen van de relatie met het zorgkantoor, die nodig is voor de betaling van de verleende en te verlenen zorg uit het persoonsgebonden budget van betrokkene. Zonder medewerking van [de zus van betrokkene] is het bewind en het mentorschap feitelijk niet uitvoerbaar. Verzoeker acht echter voortzetting van het bewind en het mentorschap wel noodzakelijk.