ECLI:NL:RBOBR:2026:709

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000353441:B001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 47 Wet op het consumentenkredietArt. 48 lid 2 Wet op het consumentenkrediet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bewindvoerder tot verlenging beloning na schuldenvrijverklaring

De kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op 27 januari 2026 een beschikking gewezen in een civiele zaak betreffende een verzoek van een bewindvoerder om de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren te verlengen met twaalf maanden nadat betrokkene schuldenvrij is verklaard.

Betrokkene was sinds 15 juni 2024 onder bewind gesteld wegens problematische schulden. Het MSNP-traject werd eerder dan de gebruikelijke 18 maanden succesvol afgerond met een nul-aanbod, waardoor betrokkene per 1 oktober 2025 schuldenvrij was. De bewindvoerder verzocht om de hogere beloning voor problematische schulden toe te passen van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2026.

De kantonrechter overwoog dat de hogere beloning alleen van toepassing is zolang er sprake is van problematische schulden. De recente ontwikkelingen rondom verkorte schuldsaneringsregelingen en nul-aanbiedingen zijn niet meegenomen in de regeling, maar dit vormt geen reden om af te wijken van de huidige wet- en regelgeving. De kantonrechter acht het aan de wetgever om eventuele wijzigingen door te voeren en wijst het verzoek af.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen drie maanden na dagtekening, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Verzoek bewindvoerder tot verlenging van de hogere beloning na schuldenvrijverklaring wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000353441:B001
CBM-nummer
:
BM47795
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
27 januari 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
ZEKER Financiële Zorgverlening B.V.,
Postbus 50099, 1305 AB Almere,
Kamer van Koophandel-nummer 32109241,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[naam]geboren te [woonplaats] op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek, ontvangen op 23 januari 2026.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Het bewind is ingesteld per 15 juni 2024. Betrokkene had problematische schulden. Verzoeker heeft sinds de start de beloning bij problematische schulden conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling Pro beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: Regeling) in rekening gebracht. Het MSNP traject is eerder dan de 18 maanden die hiervoor gebruikelijk staan succesvol afgerond. In casu was sprake van een nul-aanbod. Hierdoor is betrokkene sinds 1 oktober 2026 schuldenvrij. De bewindvoerder vraagt - kort gezegd - de jaarbeloning met ingang van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2026 vast te stellen conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling Pro.
Het verzoek komt er feitelijk op neer dat verzoeker per 1 oktober 2025, de datum dat betrokkene schuldenvrij is, nog twaalf maanden aanspraak wenst te maken op de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling Pro (de beloning voor problematische schulden), waarbij verzoeker verwijst naar een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:1085). Verzoeker acht een beloning conform artikel 3
lid 2 sub b Regeling van twaalf maanden passend, omdat het MSNP traject eerder is geëindigd dan de looptijd van 18 maanden, zoals die per 1 juli 2023 geldt.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De beloning voor bewindvoerders staat in de Regeling.
In de Nota van Toelichting bij de Regeling staat (onder meer) het volgende:
‘In geval van problematische schulden gaat het in het bijzonder om werkzaamheden ten behoeve van het ongedaan maken van een of meer beslagen waarbij de beslagvrije voet niet wordt geëerbiedigd, het stabiliseren van problematische schuldsituaties, het toeleiden tot een minnelijke schuldhulpverlening of WSNP en schuldbemiddeling in het kader van artikel 47 van Pro de Wet op het consumentenkrediet (hierna: ‘Wck’). In geval van schuldbemiddeling heeft de bewindvoerder geen aanspraak op een vergoeding conform artikel 48, tweede lid, Wck, nu hij voor die werkzaamheden reeds wordt beloond als bewindvoerder. Voor de toeleiding naar de WSNP verschaft de bewindvoerder informatie aan de WSNP-bewindvoerder en woont hij de toelatingszitting bij. In de aanloop naar de schuldhulpverlening dan wel schuldsanering en ingeval de rechthebbende niet in aanmerking komt voor schuldhulpverlening en/of schuldsanering, is het de taak van de bewindvoerder om de situatie te stabiliseren.. Dat betekent dat de bewindvoerder de vaste lasten betaalt (huur, water, energie), de beslagvrije voet bewaakt en de contacten met schuldeisers onderhoudt.
Het gaat erom dat de bewindvoerder vanwege de problematische schulden extra werkzaamheden verricht. Hoewel de meeste werkzaamheden zich in het eerste jaar zullen voordoen, wordt deze jaarbeloning aangehouden totdat er geen problematische schulden meer zijn, bijvoorbeeld indien de rechthebbende met een schone lei uit de WSNP komt.’
Verder is in de Aanbevelingen meerderjarigenbewind (versie april 2025) het volgende over de beloning bij problematische schulden opgenomen onder onderdeel B.12:
“Er blijft recht bestaan op de hogere beloning in verband met problematische schulden tijdens de WSNP, de minnelijke regeling of de aflossing van een saneringskrediet. Zodra de schulden daadwerkelijk zijn afbetaald, of een (gemeentelijke) minnelijke of wettelijke schuldenregeling met goed gevolg is afgerond (lees: de schone lei is verleend), verlaagt de bewindvoerder op eigen initiatief de beloning naar het toepasselijke lage tarief met ingang van de eerstvolgende maand. Dit geldt ook als alleen nog een enkele, niet saneerbare schuld, zoals bij DUO, resteert.”
Op basis van het voornoemde is de kantonrechter van oordeel dat de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling Pro alleen van toepassing is zolang er sprake is van problematische schulden. Dat bij de (recente) ontwikkelingen rondom verkorte schuldsaneringsregelingen en nul-aanbiedingen in de Regeling en de Aanbevelingen meerderjarigenbewind geen rekening is gehouden met de gevolgen hiervan voor de beloning van uitvoerders, is naar het oordeel van de kantonrechter geen reden om af te wijken van de huidige wet- en regelgeving rondom de beloning voor uitvoerders. Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet aan de kantonrechter, maar aan de wetgever om de wet- en/of regelgeving rondom de beloning voor de uitvoerders te wijzigen. De kantonrechter zal daarom, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek afwijzen.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.