AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor opzettelijk niet doen van belastingaangiften door bestuurder van meerdere BV’s
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte, bestuurder en enig aandeelhouder van twee BV’s, veroordeeld voor het opzettelijk niet doen van loonbelasting-, omzetbelasting- en vennootschapsbelastingaangiften over diverse perioden in 2023 en 2024. De aangiften zijn niet of niet tijdig ingediend, wat ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.
De Belastingdienst heeft meerdere keren aangemaand en herinnerd, maar de aangiften bleven uit. Verdachte gaf feitelijke leiding aan deze nalatigheid en maakte bewust de aanmerkelijke kans dat de aangiften niet werden gedaan. De rechtbank oordeelde dat het niet doen van aangiften naar algemene maatstaven geschikt is om teweeg te brengen dat te weinig belasting wordt geheven, en dat de vennootschappen strafbaar zijn voor deze feiten.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 8 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, mede vanwege recidive en het ontbreken van inzicht in de bedrijfsgegevens. Daarnaast werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte zich binnen 6 maanden na onherroepelijkheid moet melden bij een opsporingsambtenaar van de Belastingdienst om gegevens te verstrekken voor vaststelling van de verschuldigde belastingen.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde bewezen en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf gelast wegens soortgelijke feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, wegens het opzettelijk niet doen van belastingaangiften.
Voetnoten
1.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 19 juni 2025, DOC-007-01, p. 47-48.
2.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 19 juni 2025, DOC-007-02, p. 49.
3.De aangiftebrief Loonheffingen 2024, gericht aan [bedrijf 1] van 8 november 2023, DOC-001-01, p. 34 e.v.
4.De ambtsedige verklaring Loonheffing van 4 maart 2025, DOC-002-01, p. 37.
5.De aangiftebrief Omzetbelasting 2024, gericht aan [bedrijf 1] van 31 maart 2024, DOC-003-01, p. 39.
6.De ambtsedige verklaring Omzetbelasting van 4 maart 2025, DOC-004-01, p. 40.
7.De aangiftebrief 2023 Vennootschapsbelasting, gericht aan [bedrijf 2] van 1 maart 2024, DOC-005-01, p. 42.
8.Een herinnering aangifte 1 januari 2023-31 december 2023, DOC-005-02, p. 43 en een aanmaning aangifte 2023-01-01 - 2023-12-31, DOC-005-03, p. 44.
9.De ambtsedige verklaring Vennootschapsbelasting van 13 februari 2025, DOC-006-01, p. 45.
10.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 29 juli 2025, G-001-01, p. 27-29.
11.Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 september 2025, V-001-01, p. 16-17.