Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
4 september 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Zeeland-West-Brabant van 25 januari 2024.
De formele voorvragen.
Bewijswaardering.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren geëist. De officier van justitie heeft verder de oplegging van een bijzondere voorwaarde gevorderd. Deze voorwaarde houdt – kort weergegeven – in dat verdachte zich binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij een buitengewoon opsporingsambtenaar van Midden- en kleinbedrijf van de Belastingdienst te Breda om de Belastingdienst in staat te stellen de verschuldigde belasting vast te stellen.
11 december 2025. Daaruit blijkt dat verdachte op 25 januari 2024 door de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 82-010004-22.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
een gevangenisstrafvoor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.