ECLI:NL:RBOBR:2026:778
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs brandstichting en ontploffing
Op 21 april 2024 vonden twee incidenten plaats: een ontploffing nabij een woning in Helmond en een brandstichting van een auto in Eindhoven. Verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij beide feiten. De politie baseerde het onderzoek mede op mastgegevens die een telefoon van verdachte in de buurt van beide incidenten toonden.
Tijdens de rechtszittingen op 21 juli 2025, 23 oktober 2025 en 23 januari 2026 werd vastgesteld dat er geen wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te verbinden aan de feiten. Camerabeelden waren onduidelijk en getuigen konden geen herkenbare signalementen geven. Verdachte maakte gebruik van zijn zwijgrecht en een vermeende bekennende opmerking werd niet als zodanig erkend.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat de telefoon van verdachte zendmasten nabij de incidentlocaties aanstraalde onvoldoende bewijs is voor betrokkenheid. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij ontploffing, brandstichting en vernieling.