Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijswaardering.
De bewijsmiddelen
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
16 september 2025, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld. Uit het Poolse uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 juli 2025 blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaren verschillende keren onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke (gewelds)feiten.
raftoemeting.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
een gevangenisstrafvoor de duur van 3 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
€ 1.500,00, bestaande uit immateriële schade. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.