ECLI:NL:RBOBR:2026:876

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
11898534 en 12011846
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:451 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot instelling mentorschap vanwege levenstestament

Verzoekers hebben bij de rechtbank Oost-Brabant een verzoek ingediend tot het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene. De procedure omvatte een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, verzoekers en diens kinderen aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat verzoekers 1 en 2 niet bevoegd zijn tot het indienen van het verzoek, waardoor zij niet-ontvankelijk zijn. Verzoeker 3 is wel ontvankelijk omdat zij zorg verleent aan betrokkene. Betrokkene heeft een levenstestament waarin een algemene volmacht is gegeven aan zijn echtgenote en, na haar overlijden, aan verzoekers 1 en 2 als gevolmachtigden.

De rechtbank benadrukt dat een levenstestament in beginsel gerespecteerd moet worden en dat mentorschap slechts bij bijzondere omstandigheden kan worden ingesteld. In deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die afwijken van het levenstestament rechtvaardigen. Betrokkene woont op een afdeling voor mensen met een syndroom en is tevreden over de gang van zaken. De stiefkinderen ondersteunen hem adequaat.

Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot instelling van mentorschap af en verklaart verzoekers 1 en 2 niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot instelling van mentorschap wordt afgewezen en verzoekers 1 en 2 zijn niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats Eindhoven
zaaknummer : 11898534 TT VERZ 25-1092 en 12011846 TT25-1343
datum : 4 februari 2026
[initialen van de griffier]

beschikking op een verzoek tot instelling mentorschap

op verzoek van:
[ verzoeker 1] ,
woonachtig op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: verzoeker 1,
en
[verzoeker 2]
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker 2,
en
Stichting Archipel,
gevestigd te gemeente Eindhoven,
in deze zaak vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] ,
correspondentieadres: Drosserstraat 1, 5623 ME Eindhoven
hierna te noemen verzoeker: 3,
met betrekking tot:

[betrokkene]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen) van verzoekers 1 en 2, ontvangen op 29 september 2025;
  • het verzoek (met bijlagen) van verzoeker 3, ontvangen op 11 december 2025;
  • de aanvullende informatie, ontvangen op 13 oktober 2025;
  • een e-mailbericht, ontvangen op 27 januari 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 27 januari 2026. Ter zitting zijn betrokkene, verzoekers en zoon [naam zoon] en dochter [naam dochter] van betrokkene verschenen.

beoordeling

Verzoekers vragen om het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene.
Op grond van artikel 1:451 lid 1 en Pro lid 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn verzoekers 1 en 2
niet bevoegd tot het indienen van onderhavig verzoek, omdat zij niet tot de kring van personen behoren die in deze wetsbepaling worden genoemd. Verzoekers 1 en 2 zijn daarom niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Verzoeker 3 is op grond van artikel 1:451 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek wel ontvankelijk in haar verzoek, omdat betrokkene door [naam zorginstelling] wordt verzorgd en/of begeleid.
Betrokkene heeft een levenstestament, opgesteld op 6 januari 2021 door mr. [naam notaris] , notaris te Geldrop-Mierlo. In dit levenstestament heeft betrokkene een algemene volmacht gegeven aan zijn echtgenote en heeft hij als opvolgend gevolmachtigden (als de volmacht ten aanzien van zijn echtgenote eindigt) zijn beide stiefkinderen [ verzoeker 1] en [verzoeker 2] benoemd. De echtgenote van betrokkene is enkele jaren geleden overleden, zodat op grond van het levenstestament verzoekers 1 en 2 samen gevolmachtigd zijn betrokkene te vertegenwoordigen in – kort gezegd – alle vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke aangelegenheden. In het levenstestament zijn aanwijzingen over de uitoefening van de volmacht geformuleerd.
De bedoeling van het opstellen van een levenstestament is over het algemeen om te voorkomen dat een bewind of mentorschap wordt ingesteld en/of dat een andere persoon dan de in het levenstestament aangewezen persoon, de belangen van de volmachtgever zal gaan behartigen. Uitgangspunt van een dergelijk levenstestament en de daarin opgenomen volmacht is dat deze een passende voorziening vormen voor het geval de volmachtgever zelf niet meer tot een behoorlijke waarneming van zijn of haar belangen in staat is.
In beginsel moet het levenstestament worden gerespecteerd. De kantonrechter treedt terughoudend op bij het uitspreken van mentorschap, als de betrokkene in een levenstestament regelingen heeft getroffen op dit vlak. Een beschermingsmaatregel moet passend zijn en, waar mogelijk, de zelfredzaamheid van de betrokkene in stand houden. Alleen als sprake is van bijzondere omstandigheden, die maken dat het levenstestament onvoldoende bescherming biedt of niet langer in het belang van de betrokkene wordt geacht, moet van het levenstestament worden afgeweken.
Zulke bijzondere omstandigheden zijn in deze zaak niet gebleken. Betrokkene woont sinds 2025 op een afdeling voor mensen met het [naam syndroom] van de [naam zorginstelling] . In zijn levenstestament is expliciet opgenomen dat dit erop is gericht dat geen beschermingsbewind of mentorschap verzocht hoeft te worden. Tijdens de zitting heeft betrokkene aangegeven dat alles goed loopt en dat hij tevreden is over de huidige gang van zaken. Zijn stiefkinderen ondersteunen hem en regelen zaken voor hem als dit nodig is. De kantonrechter heeft geen aanwijzingen dat zij niet zorgvuldig en in het belang van betrokkene uitvoering geven aan hun taak als algemeen gevolmachtigden. Dat bij de zoon en dochter van betrokkene wantrouwen bestaat is voor de kantonrechter geen reden om af te wijken van de in het levenstestament vastgelegde wens van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zijn er geen redenen gebleken om ondanks het levenstestament toch mentorschap uit te spreken. De kantonrechter zal dan ook het verzoek tot instelling van mentorschap afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:
- verklaart [ verzoeker 1] en [verzoeker 2] niet-ontvankelijk in hun verzoek;
- wijst het verzoek van Stichting Archipel af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.