Passagier had een vlucht geboekt bij Ryanair die werd geannuleerd. Ryanair bood een alternatieve vlucht aan, een rescuevlucht, die met bijna vijf uur vertraging aankwam. Passagier vorderde compensatie op grond van Verordening 261/2004 wegens deze vertraging.
Ryanair voerde aan dat de Verordening niet van toepassing was omdat de rescuevlucht niet voor het publiek toegankelijk was. De kantonrechter oordeelde dat de Verordening ook geldt voor ongeregelde vluchten en dat de uitzondering voor tickets tegen een gereduceerd tarief strikt moet worden uitgelegd. Passagier had geen gereduceerd tarief betaald, waardoor de Verordening van toepassing is.
De kantonrechter wees de compensatie toe omdat de vertraging meer dan drie uur bedroeg en geen sprake was van buitengewone omstandigheden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat deze niet verder gingen dan enkele aanmaningen en dossieropbouw. Ryanair werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.