ECLI:NL:RBOBR:2026:885

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11502208 CV EXPL 25-480
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 3 Verordening 261/2004Art. 5 lid 1 onder c Verordening 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening 261/2004Art. 7 Verordening 261/2004Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing Verordening 261/2004 op vertraagde rescuevlucht en toewijzing compensatie

Passagier had een vlucht geboekt bij Ryanair die werd geannuleerd. Ryanair bood een alternatieve vlucht aan, een rescuevlucht, die met bijna vijf uur vertraging aankwam. Passagier vorderde compensatie op grond van Verordening 261/2004 wegens deze vertraging.

Ryanair voerde aan dat de Verordening niet van toepassing was omdat de rescuevlucht niet voor het publiek toegankelijk was. De kantonrechter oordeelde dat de Verordening ook geldt voor ongeregelde vluchten en dat de uitzondering voor tickets tegen een gereduceerd tarief strikt moet worden uitgelegd. Passagier had geen gereduceerd tarief betaald, waardoor de Verordening van toepassing is.

De kantonrechter wees de compensatie toe omdat de vertraging meer dan drie uur bedroeg en geen sprake was van buitengewone omstandigheden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat deze niet verder gingen dan enkele aanmaningen en dossieropbouw. Ryanair werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: Ryanair wordt veroordeeld tot betaling van €250 compensatie wegens vertraging van de rescuevlucht.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer / rekestnummer: 11502208 \ CV EXPL 25-480
Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861 / 2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 19 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonend in [woonplaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen: Passagier,
gemachtigde: B.W. Floris, verbonden aan Yource B.V.,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
RYANAIR DAC,
gevestigd te Swords, Co. Dublin (Ierland),
verweerster,
hierna te noemen: Ryanair,
gemachtigde: mr. J.J. Croon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vorderingsformulier A van de Verordening EG 861/2007 met 5 producties, ter griffie ingekomen op 15 januari 2025;
- het verweerschrift met 5 producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna is de beschikking bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Passagier heeft voor 2 mei 2024 een vlucht geboekt bij Ryanair van Eindhoven Airport naar Londen Stansted (Verenigd Koninkrijk). Deze vlucht, met nummer [nummer 1] , is geannuleerd.
2.2.
Ryanair heeft Passagier omgeboekt naar vlucht [nummer 2] op 3 mei 2024, van Eindhoven Airport naar Londen Stansted. Deze alternatieve Ryanair-vlucht is vertraagd uitgevoerd. Passagier is 4 uur en 57 minuten later dan het geplande tijdstip van aankomst van vlucht [nummer 2] aangekomen op zijn bestemming.

3.Het geschil

3.1.
Passagier vordert – samengevat – dat Ryanair wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 250,00 aan compensatie zoals is bedoeld in de artikelen 5 en 7 van de
Verordening EG 261/2004 (hierna: de Verordening), een bedrag van € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de compensatie en de proceskosten.
3.2.
Passagier stelt dat hij op grond van de Verordening en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ EU) recht heeft op een financiële compensatie van € 250,00, omdat hij met een vertraging van meer dan 3 uur is aangekomen op de luchthaven van bestemming. Volgens Passagier is geen sprake van een buitengewone omstandigheid. n.
3.3.
Ryanair verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Europese procedure voor geringe vorderingen valt.
4.2.
De Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil. Meer specifiek is, gelet op het Rehder-arrest (HvJ EU 9 juli 2009, C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439) de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, omdat de overeengekomen plaats van vertrek van vlucht [nummer 2] Eindhoven is.
De Verordening is van toepassing
4.3.
Ryanair heeft bij wijze van verweer aangevoerd dat de compensatievordering moet worden afgewezen, omdat de Verordening niet geldt voor vluchten die niet rechtstreeks of indirect voor het publiek toegankelijk zijn. Zij heeft in dit kader naar voren gebracht dat vlucht [nummer 2] niet voor de markt beschikbaar en niet toegankelijk voor het publiek was, omdat dit een zogenoemde rescuevlucht was: een ongeplande, ad hoc vlucht die speciaal is opgezet en uitgevoerd voor de passagiers van de geannuleerde vlucht met vluchtnummer [nummer 1] van 2 mei 2024 om hen te vervoeren naar hun bestemming.
4.4.
Passagier heeft dit verweer bestreden. Volgens hem is geen sprake van een reis tegen een gereduceerd tarief dat niet voor het publiek toegankelijk is, zodat de Verordening van toepassing is.
4.5.
Bij de beoordeling is van belang dat de bescherming van de passagiers op grond van de Verordening niet alleen geldt voor geregelde vluchten (lijnvluchten die vliegen volgens een vaste dienstregeling), maar ook voor ongeregelde vluchten, zoals chartervluchten die niet volgens een vaste dienstregeling vliegen. [1]
4.6.
Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Verordening geldt de Verordening niet voor passagiers die gratis reizen of tegen een gereduceerd tarief dat niet rechtstreeks of indirect voor het publiek toegankelijk is. De kantonrechter overweegt dat deze uitzondering op bepalingen waarbij aan (luchtvaart)passagiers rechten worden verleend, mede gelet op de doelstelling van de Verordening een hoog niveau van bescherming van passagiers te waarborgen, strikt moet worden uitgelegd. [2]
- Niet gratis4.7. “Gratis reizen” betekent dat een passagier door de luchtvaartmaatschappij wordt vervoerd zonder dat de passagier enige financiële verplichting heeft. Gesteld noch gebleken is dat Passagier gratis heeft gereisd. Uit de door Ryanair overgelegde informatie over de boeking van Passagier (productie 1 bij het verweerschrift) maakt de kantonrechter op dat Passagier een bedrag van € 87,83 heeft betaald voor de vlucht.
- Niet tegen een gereduceerd tarief dat niet voor het publiek toegankelijk is
4.8.
De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het ticket van Passagier voor de alternatieve vlucht op 3 mei 2024 met vluchtnummer [nummer 2] voor het publiek toegankelijk is en in hoeverre dit van belang is voor de toepasselijkheid van de Verordening.
4.9.
Zowel bij “gratis reizen” als “(reizen) tegen een gereduceerd tarief dat niet rechtstreeks of indirect voor het publiek toegankelijk is” kan een passagier geen rechten ontlenen aan de Verordening. Het gaat daarbij, anders dan Ryanair betoogt, niet om de vraag of (het ticket voor) de vlucht al dan niet voor het publiek toegankelijk is. Voor de vraag of de uitzondering van artikel 3 lid 3 van Pro de Verordening zich voordoet is van onderscheidend belang het tarief dat een passagier heeft betaald voor de vlucht: een gereduceerd tarief of geen tarief (gratis). Dit betekent ook dat niet van belang is dat vlucht [nummer 2] een rescuevlucht is die speciaal is ingezet om de passagiers van vlucht [nummer 1] van 2 mei 2024 alsnog naar hun bestemming te brengen en dat die vlucht niet beschikbaar is voor de markt. Pas als het gaat om een ticket dat tegen een gereduceerd tarief is verkregen, is de bepalende factor of deze reductie is voorbehouden aan een specifieke groep mensen of dat het ticket openstaat voor iedereen die wil boeken, zelfs als ze aan bepaalde voorwaarden of vereisten moeten voldoen. [3]
4.10.
Gesteld noch gebleken is dat Passagier een gereduceerd tarief heeft betaald voor zijn ticket. Daarbij gaat de kantonrechter uit van het tarief dat geldt voor het oorspronkelijke ticket voor vlucht [nummer 1] . Deze vlucht is namelijk geannuleerd en Ryanair heeft Passagier de keuze aangeboden tussen een alternatieve vlucht op 3 mei 2024 met vlucht [nummer 2] of terugbetaling van de ticketprijs of een andere vlucht. Dat Passagier het aanbod om mee te vliegen met vlucht [nummer 2] heeft aanvaard, blijkt uit het feit dat Passagier een (digitale) boarding pass heeft gekregen voor die vlucht.
4.11. De uitzonderingssituatie van een ticket tegen een gereduceerd tarief dat niet rechtstreeks of indirect beschikbaar is voor het publiek, doet zich in deze zaak dus niet voor. De slotsom is dat de Verordening van toepassing is.
De gevorderde compensatie is toewijsbaar
4.12.
De vordering tot betaling van financiële compensatie is toewijsbaar. Passagier heeft namelijk onweersproken gesteld dat zijn vlucht, vlucht [nummer 2] die gepland stond voor 3 mei 2024 om 9.30 uur, met meer dan vier uur vertraging is aangekomen op de plaats van bestemming: Londen Stansted. Op grond van artikel 5 lid 1 onder Pro c van de Verordening heeft Passagier in dit geval recht op de in artikel 7 van Pro de Verordening genoemde compensatie van € 250,00. Gesteld noch gebleken is dat de vertraging van vlucht [nummer 2] het gevolg is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
4.13.
De omstandigheid dat de vertraagde vlucht voor Passagier een alternatieve vlucht is, maakt het oordeel niet anders. Uit rechtspraak van het HvJ EU volgt namelijk dat een passagier die – nadat zijn vlucht is geannuleerd - een andere door de luchtvaartmaatschappij aangeboden vlucht heeft aanvaard, aanspraak kan maken op compensatie wegens vertraging van die andere vlucht, als de vertraging lang genoeg heeft geduurd om recht te geven op compensatie en als de luchtvaartmaatschappij die de andere vlucht uitvoert dezelfde is als de luchtvaartmaatschappij van de geannuleerde vlucht. [4] In dit kader is van belang dat Ryanair de luchtvaartmaatschappij is die de oorspronkelijke - en geannuleerde - vlucht met nummer [nummer 1] zou uitvoeren en die de alternatieve vlucht met nummer [nummer 2] heeft uitgevoerd en dat deze alternatieve vlucht meer dan vier uur is vertraagd, zodat Passagier aanspraak kan maken op compensatie.
De wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten
4.14.
Ryanair heeft geen afzonderlijk inhoudelijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente over de compensatie. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.15.
Passagier vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet toewijsbaar. Uit de door Passagier overgelegde stukken en de gegeven omschrijving blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Passagier vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
De proceskosten
4.16.
Ryanair wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. De nakosten zijn toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Ryanair om aan Passagier te betalen een bedrag van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 mei 2024 tot aan de dag van betaling;
5.2.
veroordeelt Ryanair in de kosten van de procedure, aan de kant van Passagier tot vandaag vastgesteld op € 90,00 aan griffierecht en € 174,00 (2 punten à € 87,00) als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);
5.3.
veroordeelt Ryanair tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten, gerekend vanaf de 15e dag na betekening van het vonnis;
5.4.
veroordeelt Ryanair in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op:
- € 43,50 aan salaris gemachtigde;
- te vermeerderen met de explootkosten als betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.

Voetnoten

1.Overweging 5 van de Considerans bij Verordening 261/2004.
2.Zie in die zin HvJ EU 16 januari 2025, C-516/23, ECLI:EU:C:2025:21, r.o. 23.
3.Interpretatieve richtsnoeren betreffende Verordening EG nr. 261/2004 van 25 september 2024, C/2024/5687, paragraaf 2.2.2.
4.HvJ EU 12 maart 2020, C-832/18, ECLI:EU:C:2020:204.