Uitspraak
PUBLICEREN: op rechtspraak.nl.
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met 27 producties
- de mondelinge behandeling (zitting) van 24 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de zitting hebben (de advocaten van) beide partijen spreekaantekeningen overhandigd en voorgedragen.
3.De feiten
meer dan ruim voldoende[is, toevoeging rechtbank]
om een compromis voorstel op te stellen, te behandelen en te begeleiden.[…]
Bij akkoord kunnen de werkzaamheden voor het opstellen van het compromisvoorstel starten.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
- voor de periode
- er is met de VSO afgesproken dat betaald zou worden voor (de werkzaamheden verricht voor) de beroepschriften. Dat is gedaan. Er is € 28.301,15 (ex btw) betaald door de opdrachtgever.
- over de periode
geeft hierna bij iedere stap in het vervolg van de procedure telkenmalevoorafeen indicatie van de hoogte van haar declaratie, na afronding van iedere fase. Het staat[de opdrachtgever, wijziging rechtbank]
uiteraard vrij om na afronding van een fase een andere adviseur voor de begeleiding van de casus in te schakelen”(onderstreping rechtbank)
iedere stap in het vervolg van de procedure”) een indicatie van de kosten zou geven.
nietverschuldigd, omdat de verschuldigdheid hiervan volgt noch uit de VSO, noch uit nadere afspraken. Dat uit de VSO of uit nadere afspraken blijkt dat de factuurbedragen verschuldigd zijn, is niet gesteld noch gebleken.
voorafeen begroting moet zijn gegeven en dat partijen zijn overeengekomen dat als de opdrachtgever het daar niet mee eens is, hij een andere adviseur kan inschakelen. De adviseur heeft ook zelf volgens die lijn gehandeld (zie rechtsoverweging 3.9).
vooraf”) en de bedoeling van de VSO blijkt juist dat eerst (/ vooraf) een begroting moest zijn goedgekeurd bij “
iedere stap in het vervolg van de procedure”. Dat het woord “goedkeuring” in de VSO ontbreekt, maakt dit niet anders.
voorafeen kostenbegroting was gestuurd en was geaccepteerd, en dat is in dit geval (afgezien van het erkende en betaalde bedrag van € 32.052,90) niet gebeurd.
- de Belastingdienst gaf de vermeende vordering van € 300.000,- tijdens het overleg van 10 februari 2023 direct weg (aldus de adviseur zelf, randnummer 32 dagvaarding - dus niet na een uitruil), en
- de belastinginspecteur heeft toegegeven dat hij onvoldoende verweer kon voeren tegen hetgeen was aangevoerd in de conclusies van repliek (aldus de adviseur zelf, randnummer 32 dagvaarding).
“de afspraken die partijen in de VSO hadden gemaakt over het honorarium van[de adviseur]
”. Als dit inderdaad is gedaan (hetgeen is betwist), betekent dat echter nog niet dat is gewezen op de noodzaak om vergoeding van de werkelijke proceskosten te bedingen. Het wijzen op interne afspraken is iets anders dan het aangeven dat vergoeding van de werkelijke proceskosten moet worden bedongen. Voor zover de adviseur heeft bedoeld te betogen dat hij tijdens dit nadere overleg heeft gewezen op de noodzaak om de werkelijke proceskosten te bedingen, is dit betwist en heeft de adviseur zijn standpunt onvoldoende concreet onderbouwd. Verder neemt de rechtbank in aanmerking (1) dat de adviseur verder in de procedure dit standpunt niet herhaalt (in de uitgebreide pleitaantekeningen wordt dit in het midden gelaten) en (2) dat de adviseur tegenstrijdige standpunten inneemt over hoe het is gekomen dat de vergoeding van de werkelijke proceskosten niet is meegenomen in de schikking met de Belastingdienst (in randnummer 50 en 51 dagvaarding betoogt de adviseur dat de opdrachtgever de werkelijke proceskosten zonder overleg ‘weggaf’, terwijl hij in randnummer 34 dagvaarding betoogt dat er overleg heeft plaatsgevonden over het voorstel van de Belastingdienst, inclusief het weggegeven van de vergoeding voor de proceskosten). Kortom: de adviseur heeft geen duidelijke feiten beschreven waaruit blijkt dat hij de opdrachtgever heeft gewaarschuwd dat deze ook op vergoeding van de werkelijke proceskosten moest aansturen.