Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:935

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
25/2023
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 2 Verordening op de heffing en de invordering van leges Gemert-Bakel 2025
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen legesaanslag voor omgevingsvergunning op basis van ROEB-lijst

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een legesaanslag van €12.443,40 die door de heffingsambtenaar van de gemeente Gemert-Bakel is opgelegd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning.

De rechtbank oordeelt dat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan doordat de aanvraag door het college in behandeling is genomen. De hoogte van de leges is gebaseerd op normkosten uit de ROEB-lijst, zoals vastgesteld in de gemeentelijke verordening. Eiseres betwist de toepassing van deze normkosten en stelt dat haar werkelijke bouwkosten lager zijn, en beroept zich op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.

De rechtbank volgt deze stelling niet en bevestigt dat de gemeenteraad vrij is om normbedragen vast te stellen. De rechtbank vindt geen schending van algemene rechtsbeginselen. Ook de discussie over de kwalificatie van een gevelwijziging wordt door de rechtbank verworpen, omdat de werkzaamheden volgens de heffingsambtenaar en de rechtbank wel degelijk een gevelwijziging vormen.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen gelijk krijgt, geen griffierecht terugontvangt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/2023

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: [naam] ,
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Gemert-Bakel, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: W.J. Alkemade).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de aan haar opgelegde aanslag in de leges.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een op 17 maart 2025 verzonden aanslag in de leges opgelegd tot een bedrag van € 12.443,40 in verband met het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning.
1.2.
Met de uitspraak op bezwaar van 10 juli 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
1.3.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
Eiseres heeft op het verweerschrift gereageerd met een conclusie van repliek.
1.6.
De heffingsambtenaar heeft op de conclusie van repliek gereageerd met een conclusie van dupliek.
1.7.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn [1] om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [2]

Feiten

2. Eiseres heeft op 20 februari 2025 bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gemert-Bakel (het college) een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het verbouwen van een woning op de locatie [adres] in [woonplaats] .

Beoordeling door de rechtbank

3. In beroep is het aan de heffingsambtenaar om aannemelijk te maken dat hij eiser terecht en niet voor een te hoog bedrag heeft aangeslagen. Naar het oordeel van de rechtbank is de heffingsambtenaar hierin geslaagd.
3.1.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres terecht is aangeslagen in de leges, omdat de (in overweging 2. genoemde) aanvraag door het college in behandeling is genomen. Daarmee heeft het belastbaar feit zich voorgedaan. [3]
3.2.
Wat betreft de hoogte van de leges moet worden gekeken naar de aanslag die bestaat uit de volgende onderdelen:
Leges
Onderdeel
Artikel
Toelichting
Bedrag
Bouwactiviteit (omgevingsplan)
2.6.1
Verbouwen van een woning.
Voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit.
€561,95
Bouwactiviteit
(technisch)
2.5
Verbouwen van een woning.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: 4,70% van de bouwkosten, met een minimum van: € 399,75
over het deel van de bouwkosten vanaf
€ 25.000 tot € 50.000: 4,44% van de bouwkosten;
over het deel van de bouwkosten vanaf
€ 50.000 tot € 200.000: 3,86% van de bouwkosten;
Bouwkosten bepaald op: € 338.787,73
€ 12.127,60
Subtotaal
€ 12.689,55
Vermindering
Onderdeel
Artikel
Toelichting
Bedrag
Voorfase
2.4.1.1
Verbouwing woonhuis.
Het tarief voor het voeren van vooroverleg over een vergunningaanvraag met bouwkosten tot € 250.000 bedraagt
- €246,15
Subtotaal
- €246,15
Totaal te betalen € 12.443,40
3.3.
In de uitspraak op bezwaar zijn de voor de aanslagoplegging bepaalde bouwkosten als volgt toegelicht:

Onderdeel 1: Berekening: 405,3 m³ x € 386 = € 156.430,17
Betreft tarief 2.1 uitbreiding woonruimte/dakopbouw uit ROEB-Lijst, behorende bij de Legesverordening Gemert-Bakel 2025(…)
.
Onderdeel 2: Berekening: 88 m² x € 157 = € 13.812,86
Betreft tarief 2.8 nieuw dak uit ROEB-Lijst, behorende bij de Legesverordening Gemert-Bakel 2025(…)
.
Onderdeel 3: Berekening: 213,1 m² x € 791 = € 168.544,70
Betreft tarief 2.7 gevelwijziging uit ROEB-Lijst, behorende bij de Legesverordening Gemert-Bakel 2025(…)”
3.4.
Eiseres voert geen argumenten aan tegen de hoogte van de onderdelen ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)’ en de (toegepaste aftrek bij) ‘Voorfase’ van de aanslag (zoals opgenomen in overweging 3.2.). Deze onderdelen van de aanslag staan dan ook niet ter discussie en de rechtbank zal dat dan verder onbesproken laten.
3.5.
Eiseres is het niet eens met de hoogte van het legesbedrag voor het onderdeel ‘Bouwactiviteit (technisch)’. Zij is het er allereerst niet mee eens dat voor de bepaling van de hoogte van het legesbedrag gebruik wordt gemaakt van de zogenaamde ROEB-lijst. [4] Volgens eiseres zijn haar werkelijke bouwkosten lager dan het fictieve bedrag waar de heffingsambtenaar van uitgaat. Het hanteren van de ROEB-lijst vindt eiseres dan ook in strijd met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Zij vindt daarom dat de leges moeten worden afgestemd op de werkelijke bouwkosten.
3.5.1.
De heffingsambtenaar wijst erop dat de gemeente (de rechtbank begrijpt: de gemeenteraad) vrij is om zelf heffingsmaatstaven vast te stellen. De gemeenteraad mag uitgaan van de werkelijke bouwkosten, maar is dat niet verplicht. De gemeenteraad mag ook normbedragen hanteren die dan moeten worden vastgelegd in gemeentelijke regelgeving. De belastingrechter kan daarop pas ingrijpen als sprake is van een schending van algemene rechtsbeginselen, maar daarvan is volgens de heffingsambtenaar geen sprake. [5] De heffingsambtenaar vindt verder dat hij het gelijkheidsbeginsel niet heeft geschonden. Integendeel, het hanteren van de ROEB-lijst zorgt juist voor een uniforme belastingheffing waarbij ongelijkheid en willekeur worden voorkomen.
3.5.2.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt. De gemeenteraad van de gemeente Gemert-Bakel heeft voor het bepalen van voor de leges maatgevende bouwkosten van toepassing verklaard de normbouwkosten uit de op 3 september 2024 vastgestelde (en met de verordening gepubliceerde) ROEB-lijst. [6] De gemeenteraad van (in dit geval) de gemeente Gemert-Bakel heeft een grote vrijheid om het tarief van de leges te bepalen. De gemeenteraad mag aansluiten bij de werkelijke bouwkosten, maar mag dat tarief ook op een andere wijze bepalen. De belastingrechter kan pas ingrijpen als de gemeenteraad dat tarief vaststelt in strijd met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel. [7] Van een schending van het evenredigheidsbeginsel is geen sprake. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat van een (voor haar) disproportionele last sprake is, maar dit is op geen enkele wijze onderbouwd. Verder gaat de verwijzing van eiseres naar het gelijkheidsbeginsel niet op. In het belastingrecht houdt een beroep op het gelijkheidsbeginsel de stelling in dat de meerderheidsregel is geschonden. Dit betekent dat de heffingsambtenaar in een meerderheid van gelijke gevallen tot een – in dit geval – lagere aanslagoplegging is overgegaan. De bewijslast daarvan ligt bij eiseres. Zij heeft geen concrete gevallen aangedragen waaruit zou kunnen blijken dat de meerderheidsregel is geschonden.
3.6.
Ervan uitgaande dat de ROEB-lijst wel mag worden gehanteerd, is eiseres het er niet mee eens dat voor het bepalen van de bouwkosten bij onderdeel 3 (zoals opgenomen in overweging 3.3.) is uitgegaan van een gevelwijziging. Van een gevelwijziging is volgens eiseres geen sprake. Zij zegt dat er geen kozijnen worden verplaatst, geen indeling wordt gewijzigd en geen vormelementen worden toegevoegd. Het betreft enkel het vervangen van het buitenblad, waarbij de bestaande gevelopbouw wordt behouden. Eiseres vindt de door de heffingsambtenaar toegepaste norm niet passend.
3.6.1.
De heffingsambtenaar bestrijdt de stelling van eiseres dat slechts een buiten(spouw)blad wordt vervangen. De heffingsambtenaar wijst erop dat de bestaande gevels worden verwijderd. Daarna wordt er isolatie aangebracht en een gehele nieuwe buitengevel aangebracht. Deze buitengevel komt op een te vergroten fundering te staan. Het gaat volgens de heffingsambtenaar dus wel degelijk om een wijziging van de gevel en hij vindt dan ook dat hij bij de legesberekening van het juiste normbedrag is uitgegaan.
3.6.2.
De rechtbank overweegt allereerst dat eiseres geen argumenten aanvoert tegen de hoogte van de onderdelen 1 en 2 van de genormeerde bouwkosten (zoals opgenomen in overweging 3.3.). Deze onderdelen staan dan ook niet ter discussie en de rechtbank zal die daarom verder onbesproken laten.
3.6.3.
Met betrekking tot onderdeel 3 (zoals opgenomen in overweging 3.3.) overweegt de rechtbank als volgt. Eiseres erkent in haar conclusie van repliek dat onderdeel van de aangevraagde activiteit is “het verzwaren van 22 strekkende meter fundering” en het “aanbrengen van de isolatieplaten”. Daarmee is niet slechts sprake van een vervangen van het buitenblad, zoals zij in haar beroepschrift aanvoerde. Eiseres erkent ook dat er kozijnen worden vervangen, maar zegt dat die activiteit vergunningsvrij is en daarom voor de vaststelling van de leges niet relevant zijn. De heffingsambtenaar zegt daarover in zijn conclusie van dupliek dat een gedeelte van de kozijnen vergunningsvrij mag worden vervangen voor zover die niet gericht zijn richting openbaar gebied, maar dat geldt niet voor alle kozijnen. De genoemde activiteiten tezamen genomen is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar dit heeft kunnen aanmerken als een gevelwijziging in de zin van de ROEB-lijst.
3.7.
Gelet op wat hiervoor in de overwegingen 3.2. tot en met 3.6.3. staat is de rechtbank dan ook van oordeel dat de aanslag niet op een te hoog bedrag is vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van
mr. Y. Mutsaers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch.

Voetnoten

1.De rechtbank heeft in haar bericht van 20 januari 2026 laten weten dat deze termijn loopt tot en met 3 februari 2026. Met het bericht van 4 februari 2026 heeft de rechtbank laten weten het onderzoek te sluiten. In dat bericht staat ten onrechte dat genoemde termijn vier weken bedroeg.
2.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Artikel 2, aanhef en onder a en slot, van de Verordening op de heffing en de invordering van leges Gemert-Bakel 2025, Gemeenteblad 2024, 528811.
4.Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht (ROEB).
5.Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:HR 2015:1669, en Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:689.
6.Artikel 2.1.5 van Bijlage 1 (tarieventabel) bij de Verordening op de heffing en de invordering van leges Gemert-Bakel 2025.
7.Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:4102, overweging 4.7.