Uitspraak
RECHTBANK OOST-NEDERLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
- voor het jaar 2004 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000].H.47) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 76.618. Tevens is bij beschikking een vergrijpboete van € 11.097 opgelegd en een bedrag van € 6.326 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2005 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000].H.57) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van €80.452. Tevens is bij beschikking een vergrijpboete van € 11.788 opgelegd en een bedrag van € 5.246 aan heffingsrente in rekening gebracht;
2.Feiten
- Detailgegevens met betrekking tot de verkopen zijn niet bewaard gebleven. Bij het afsluiten van een dag wordt er een rapport opgemaakt waarbij een verdichting plaatsvindt op het niveau van de groepen afhaal, dranken laag, dranken hoog en restaurant. Deze verdichtingen zijn niet toegestaan. Ook wordt opgemerkt dat de verdichte gegevens op artikelniveau bij de afhaal- en restaurantgerechten zijn vastgelegd in het Chinees. Daarvan is geen goede vertaling beschikbaar;
- Door belastingplichtigen is aangegeven dat er inkopen hebben plaatsgevonden die niet in de administratie zijn verwerkt;
- Voor zover er correctieboekingen zijn gemaakt, zijn ook deze niet bewaard gebleven;
- Tijdens de eindgesprekken wordt door de heer [X] toegegeven dat er door hem herhaaldelijk
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen inzake de navorderingsaanslagen en beschikkingen heffingsrente ongegrond;
- verklaart de beroepen inzake de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikkingen;
- vermindert de vergrijpboete voor het jaar 2004 tot € 6.935;
- vermindert de vergrijpboete voor het jaar 2005 tot € 7.367;
- vermindert de vergrijpboete voor het jaar 2006 tot € 3.896;
- vermindert de vergrijpboete voor het jaar 2007 tot € 7.101;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 655,50;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 41 vergoedt.