ECLI:NL:RBONE:2013:BY8752

Rechtbank Oost-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/946 ZORG
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 4:85 AwbArt. 4:87 AwbArt. 4:97 AwbArt. 4:98 Awb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid en vertragingsrente bij late uitbetaling zorgtoeslag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om vertragingsrente wegens late uitbetaling van zorgtoeslag. Tijdens het beroep heeft verweerder alsnog een besluit genomen waarin hij stelde niet bevoegd te zijn om over vertragingsrente te beslissen.

De rechtbank oordeelt dat verweerder wel bevoegd is omdat het hier gaat om een bestuursrechtelijke geldschuld onder de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. De rechtbank vernietigt het besluit van 27 september 2012 dat de bevoegdheid ontkende, maar handhaaft de rechtsgevolgen omdat de wettelijke rente minder dan € 10,- bedraagt en daardoor niet verschuldigd is.

Het verzoek van eiser om een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen wordt afgewezen omdat de dwangsomregeling pas vanaf 2013 geldt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, waaronder verlet- en reiskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het niet tijdig nemen van een besluit, het besluit over vertragingsrente wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand, en het verzoek om dwangsom wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND
Team bestuursrecht
Zittingsplaats Almelo
Registratienummer: 12/946 ZORG
proces-verbaal mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer als bedoeld in artikel 8:67 Algemene Pro wet bestuursrecht
in het geschil tussen:
[eiser],
wonende te Hengelo, eiser,
en
Belastingdienst/Toeslagen,
gevestigd te Almelo, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
2. Datum van de zitting
8 januari 2013.
3. De rechtbank sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak.
a. Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betrekking heeft op het besluit van verweerder van 27 september 2012, vernietigt dat besluit maar houdt de rechtsgevolgen daarvan in stand;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op € 404,38, zijnde € 398,18 verletkosten en € 6,20 reiskosten Hengelo - Almelo v.v., door verweerder te betalen aan eiser;
- verstaat dat verweerder aan eiser het griffierecht ad € 42, - vergoedt.
b. Gronden
Het betreft een beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek van eiser tot het toekennen van vertragingsrente. Hangende het beroep heeft verweerder, op 27 september 2012, een besluit genomen, zodat het beroep van eiser tegen het achterwege blijven van een besluit niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Op grond van artikel 6:20, derde lid, Awb heeft het beroep mede betrekking op het alsnog genomen besluit zodat de rechtbank het besluit zal beoordelen.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hij geen bevoegdheid heeft tot het nemen van een besluit op het verzoek omtrent vergoeding van vertragingsrente, echter naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte.
De herziene beschikking van 3 februari 2012 waarbij eiser, gelet op de vaststelling van de zorgtoeslag 2009 en hetgeen reeds aan eiser is toegekend, een bedrag van € 130, - en aan rente € 6, - ontvangt, levert immers een bestuursrechtelijke geldschuld op als bedoeld in artikel 4:85 Awb Pro. Op grond van artikel 4:87 Awb Pro is de betalingstermijn zes weken.
Aangezien verweerder eerst op 1 juni 2012 heeft betaald is verweerder op grond van artikel 4:97 Awb Pro in verzuim. Artikel 4:98 Awb Pro bepaalt dat verzuim de verschuldigdheid van wettelijke rente tot gevolg heeft. Op grond van artikel 4:99 Awb Pro stelt het bestuursorgaan die rente bij beschikking vast.
Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder, gelet hierop, wel degelijk de bevoegdheid om wettelijke rente (door eiser genoemd: vertragingsrente) vast te stellen.
Het besluit van verweerder van 27 september 2012, waarbij gesteld wordt dat verweerder geen bevoegdheid heeft, komt dan ook voor vernietiging in aanmerking.
De rechtbank zal thans bezien of er aanleiding bestaat zelf in de zaak te voorzien.
Naar het oordeel van de rechtbank bedraagt de wettelijke rente in verband met te late betaling minder dan € 10, -. Op grond van artikel 4:98, tweede lid, Awb is geen wettelijke rente verschuldigd als het bedrag ervan niet meer bedraagt dan € 10, -. Gelet hierop is verweerder naar het oordeel van de rechtbank geen wettelijke rente verschuldigd. Aangezien verweerder in zijn besluit van 27 september 2012 heeft bepaald dat de wettelijke rente € 1, - bedraagt en eiser van het instellen van beroep niet in een slechtere positie mag komen dan die waarin hij zich zou hebben bevonden als hij het beroep achterwege had gelaten, zal de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van verweerder in stand laten.
Dan is nog gevraagd om vaststelling van de door verweerder verschuldigde dwangsom in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek van eiser om vertragingsrente. In de Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen (Staatsblad 2011, 633) is artikel XVI van de wet overige fiscale maatregelen 2009 gewijzigd in die zin dat de dwangsomregeling wegens niet tijdig beslissen ten aanzien van toeslagen eerst zal gelden vanaf 2013. Gelet daarop is paragraaf 4.1.3.2 Awb, bevattende een regeling van de dwangsom bij niet tijdig beslissen in zaken als deze pas van toepassing na het berekeningsjaar 2012. De rechtbank wijst het verzoek van eiser tot vaststelling van een dwangsom dan ook af.
Omdat het beroep gegrond is bestaat aanleiding bestaat tot het toekennen van proceskosten. Ter zitting heeft verweerder ingestemd met vergoeding van verletkosten voor het bijwonen van de zitting en de productie van stukken ter hoogte van € 53,09 per uur voor 7,5 uren met dien verstande dat genoemde 7,5 uren zowel worden toegerekend aan deze zaak als aan zaak nummer 12/952, waarover de rechtbank heden uitspraak heeft gedaan. Gelet hierop zal de rechtbank deze verletkosten toekennen. Verder bestaat aanleiding te komen tot vergoeding van de reiskosten van eiser Hengelo - Almelo op basis van openbaar vervoer en dient verweerder het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.
De rechtbank deelt mee dat tegen de uitspraak binnen zes weken na de zitting hoger beroep openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door de griffier en ondertekend door:
mr. A.E.M. Lever, griffier mr. W.M.B. Elferink, rechter
Afschrift verzonden op