ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0229
Rechtbank Oost-Nederland
- Raadkamer
- A.M. van Gorp
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen afname en verwerking DNA-materiaal door niet-arts ongegrond verklaard
Veroordeelde was veroordeeld voor een drugsmisdrijf en werd op 26 september 2012 bevolen om celmateriaal af te staan voor DNA-onderzoek. Veroordeelde stelde dat de afname onrechtmatig was omdat deze niet door een arts of verpleegkundige was uitgevoerd en dat hij niet was geïnformeerd over bezwaarrechten. Tevens voerde hij aan dat het bevel in strijd was met het vertrouwensbeginsel vanwege het tijdsverloop sinds het strafbare feit.
De officier van justitie stelde dat de afname door een bevoegde persoon had plaatsgevonden en dat veroordeelde op de hoogte was gesteld van zijn bezwaarrecht. De raadkamer oordeelde dat de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden de afname en verwerking van DNA-profielen regelt en dat de afname in dit geval conform de wettelijke voorschriften was uitgevoerd.
Verder werd geoordeeld dat het tijdsverloop en de lopende hoger beroep- en cassatieprocedures geen gerechtvaardigd vertrouwen rechtvaardigen dat geen bevel meer zou volgen. Ook werd overwogen dat de inmenging in het recht op privacy volgens artikel 8 EVRM Pro gerechtvaardigd is vanwege het belang van opsporing en vervolging.
De raadkamer verklaarde het bezwaarschrift ongegrond en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het bevel tot DNA-afname en verwerking.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bevel tot afname en verwerking van DNA-materiaal is ongegrond verklaard.