ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0620
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt geen schuldoverneming en wijst verjaringsverweer af in geldleningsgeschil
De rechtbank Oost-Nederland behandelde een geschil over een geldlening die voortkwam uit de verdeling van een vof tussen eiser en gedaagde. De vordering betrof een hoofdsom van circa €207.527,- met rente, waarvan niet volledig was afgelost. Gedaagde stelde dat de schuld was overgenomen door twee BV's en dat de vordering was verjaard.
De rechtbank oordeelde dat geen geldige schuldoverneming had plaatsgevonden omdat eiser niet expliciet en duidelijk toestemming had gegeven voor de overname, zoals vereist volgens artikel 6:155 BW Pro. Betalingen door de BV's en e-mails werden niet als instemming gezien. Ook het verjaringsverweer werd verworpen omdat eiser niet op de hoogte was van aandelenoverdrachten die de opeisbaarheid zouden veroorzaken.
Verder werd vastgesteld dat gedaagde vanaf 16 april 2007 een rente van 8% verschuldigd was, maar dat over de periode daarvoor de oorspronkelijk overeengekomen rente van 4,75% geldt. De rechtbank kon het exacte bedrag van de vordering niet vaststellen en gaf eiser gelegenheid dit nader te onderbouwen, waarna gedaagde kan reageren.
De procedure wordt voortgezet met een akte-uitwisseling over het exacte vorderingsbedrag. De rechtbank verklaarde de vordering toewijsbaar en wees het verjaringsverweer en schuldovernemingsverweer af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe, wijst het verjaringsverweer en schuldovernemingsverweer af, en gelast nadere berekening van de vordering.