ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0661
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- F.M. Smit
- P.J. Tikken
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en boetebeschikkingen omzetbelasting bij gemengde verhuur
De zaak betreft beroepen tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting en boetebeschikkingen opgelegd aan eiseres over de jaren 2003 tot en met 2006. Kern van het geschil is de toerekening van voorbelasting aan het gedeelte van panden dat vrijgesteld is verhuurd en het gedeelte dat belast is verhuurd, met name voor panden aan de [A-straat 3] en [A-straat 4] te [R].
De rechtbank stelt vast dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten over de toerekening van de voorbelasting, waarbij de inspecteur redelijkerwijs mocht aannemen dat de adviseur van eiseres bevoegd was om namens haar afspraken te maken. Hierdoor is eiseres gebonden aan deze afspraken, ook al was zij het daar later niet mee eens. De naheffingsaanslagen omzetbelasting blijven daarom in stand.
Ten aanzien van de opgelegde vergrijpboetes oordeelt de rechtbank dat verweerder niet heeft bewezen dat eiseres grove schuld of opzet heeft gehad. Eiseres heeft immers een deskundige adviseur ingeschakeld en mocht erop vertrouwen dat deze de regels correct toepaste. De boetes worden daarom vernietigd, met uitzondering van een verzuimboete die wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt gematigd.
De rechtbank kent geen integrale proceskostenvergoeding toe omdat het juridisch geschil over de boetes niet zonder meer als onzorgvuldig handelen van de inspecteur kan worden aangemerkt. Wel worden redelijke proceskosten toegekend. De uitspraak vervangt de eerdere vernietigde uitspraken op bezwaar.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting blijven in stand, de vergrijpboetes worden vernietigd en een beperkte proceskostenvergoeding wordt toegekend.