ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0907
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve splitsing van procedure wegens onvoldoende onderscheid in individuele vorderingen ex-werknemers
Drie ex-werknemers hebben gezamenlijk een procedure aangespannen tegen hun voormalige werkgever voor achterstallig salaris en aanverwante vorderingen, gebaseerd op hun individuele arbeidsovereenkomsten en de toepasselijke CAO. Hoewel de vorderingen gelijksoortig zijn, is er geen zodanige samenhang dat een gezamenlijke behandeling doelmatig is.
De kantonrechter constateerde dat partijen onvoldoende onderscheid maakten tussen de individuele vorderingen in hun processtukken, wat de procesorde, overzichtelijkheid en het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor belemmert. Dit leidde tot ambtshalve splitsing van de procedure in drie afzonderlijke zaken, elk met eigen zaaknummers.
Partijen kregen de gelegenheid om hun stellingen aan te passen en aan te vullen in het licht van deze splitsing. De kantonrechter hield iedere verdere beslissing aan om de voortgang van de afzonderlijke procedures mogelijk te maken.
Uitkomst: De procedure wordt ambtshalve gesplitst in drie afzonderlijke procedures met gelegenheid voor partijen om hun stellingen aan te passen.