ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0940
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering na onterecht ontslag op staande voet in kort geding
Eiser trad per 1 oktober 2008 in dienst bij gedaagde als monteur verlichting. Op 22 november 2012 werd hij op staande voet ontslagen wegens het niet opvolgen van een opdracht, het uiten van onvrede en het verlaten van het bedrijf zonder melding. Eiser betwistte het ontslag en vorderde loonbetaling.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet standhoudt omdat de samengestelde dringende reden niet volledig aannemelijk was. Eén van de verwijten, het uiten van onvrede, was onvoldoende zwaar om als dringende reden te gelden. Gedaagde had niet aannemelijk gemaakt dat zij eiser ook zonder dat verwijt had ontslagen.
Daarom werd gedaagde veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf 1 november 2012, inclusief wettelijke rente, een beperkte wettelijke verhoging en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Tevens werd de afgifte van loonstroken toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 1 november 2012 wegens onterecht ontslag op staande voet.