ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1293
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens gebrek aan bewijs van oude vordering
De curator in het faillissement van Prowi Project- en Winkelinterieurs B.V. legde conservatoir beslag op de bezittingen van eisers, voormalig bestuurders en aandeelhouders van Prowi, ter zekerheid van een vordering van ruim vijf miljoen euro. Deze vordering was gebaseerd op vermeend wanbestuur en onrechtmatige handelingen voorafgaand aan de verkoop van aandelen en het faillissement.
Eisers betwistten de vordering en stelden dat de curator zijn recht had verwerkt door het lange tijdsverloop en dat de vordering deels verjaard was. Tevens voerden zij aan dat de beslagen disproportioneel en vexatoir waren, omdat zij afhankelijk zijn van hun pensioeninkomsten en de boedeltekort onherstelbare schade zou veroorzaken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de curator onvoldoende concreet bewijs had geleverd ter onderbouwing van zijn beschuldigingen en dat de betwisting van eisers, mede gezien het tijdsverloop en de vaagheid van de feiten, voldoende was om de ondeugdelijkheid van de vordering voorshands aan te tonen. De beslagen werden daarom opgeheven, terwijl een verbod op nieuwe beslagen werd afgewezen wegens te ruime formulering.
De curator werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven wegens onvoldoende bewijs en gemotiveerde betwisting van de vordering.