ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1312
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.K. van den Dungen-Dijkstra
- T.P.E.E. van Groeningen
- J. Wiersma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel binnendringen zus onder twaalf jaar
De rechtbank Oost-Nederland behandelde op 11 februari 2013 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van seksuele handelingen, waaronder het binnendringen van het lichaam van zijn zus die jonger was dan twaalf jaar.
Het bewijs bestond voornamelijk uit de verklaringen van het slachtoffer, die zich slechts flarden van het misbruik kon herinneren, en verklaringen van familieleden en de partner van het slachtoffer. Uit intakegesprekken bleek dat het slachtoffer al jaren geleden melding had gemaakt van seksueel misbruik door haar broer. De officier van justitie eiste een jeugddetentie van zes maanden.
De verdediging voerde aan dat de herinneringen van het slachtoffer onvoldoende concreet waren en dat verdachte zich niets kon herinneren. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende detail en consistentie bevatten om wettig en overtuigend bewijs te vormen voor het seksueel binnendringen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer voor kinderstrafzaken, waarbij de voorzitter en twee rechters de beslissing namen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel binnendringen van zijn zus.