ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1715
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd aan loonbedrijf wegens niet kunnen verantwoorden afvoer meststoffen
De rechtbank Oost-Nederland behandelde het beroep van een loonbedrijf tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de Minister van Economische Zaken wegens overtreding van de Meststoffenwet. De boete betrof het niet kunnen verantwoorden van de afvoer van 44 vrachten mest met een totaal van 8.314 kilogram fosfaat.
De rechtbank nam de feiten aan als vastgesteld, waaronder dat het loonbedrijf mestactiviteiten had overgenomen en dat een werknemer namens het bedrijf bemiddelde in mesttransporten. Uit het onderzoek van de Algemene Inspectiedienst bleek dat de afvoer van 44 vrachten mest niet kon worden verantwoord. De rechtbank oordeelde dat het loonbedrijf de meststoffen heeft verhandeld en dat de overtreding aan het bedrijf kan worden toegerekend.
Het loonbedrijf voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder motiveringsgebrek, het niet verhandelen van mest, het niet aanvoeren op de onderneming, bijzondere omstandigheden voor matiging van de boete en ne bis in idem. De rechtbank verwierp alle beroepsgronden, onder meer omdat het loonbedrijf onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen en de boete terecht was vastgesteld volgens de Meststoffenwet en de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en legde geen proceskostenveroordeling op. Het vonnis werd uitgesproken door rechter W.J.B. Cornelissen.
Uitkomst: Het beroep van het loonbedrijf tegen de boete wegens niet kunnen verantwoorden van mestafvoer wordt ongegrond verklaard.