ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1789
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig gebrek aan integriteit en zelfverrijking werknemer
De werknemer, sinds 1975 in dienst bij de werkgever, werd beschuldigd van onbevoegd handelen en zelfverrijking via transacties met klanten van de werkgever. Na een waarschuwing in 2006/2007 bleef de werknemer handelen voor eigen gewin, onder meer door het kopen en doorverkopen van inventaris tegen hoge prijzen en het ontvangen van betalingen op privérekeningen.
De werkgever stelde dat het vertrouwen volledig was geschaad en verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen. De werknemer erkende de onherstelbare verstoring van de arbeidsrelatie maar betwistte de dringende reden en vorderde een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen van de werknemer een ernstige schending van goed werknemerschap vormen en dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet van de werkgever kan worden gevergd. Gezien de omstandigheden en eerdere waarschuwing was er geen reden om af te zien van ontbinding. Een vergoeding werd niet toegekend omdat de dringende reden volledig aan de werknemer te wijten is.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per datum uitspraak en iedere partij draagt eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig gebrek aan integriteit en zelfverrijking zonder vergoeding toe te kennen.