ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1984
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging beneficiaire aanvaarding nalatenschap minderjarige
In deze zaak verzocht de wettelijk vertegenwoordiger om machtiging op grond van artikel 1:345 lid 1 sub c BW Pro om de nalatenschap van de overleden erflaatster beneficiair te aanvaarden namens haar minderjarige dochter. De erflaatster was in 2012 overleden en had een testamentair bewind ingesteld over het erfdeel van de minderjarige.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek in strijd is met het wettelijk systeem van het erfrecht, dat specifiek in artikel 4:193 BW Pro een zelfstandige regeling kent voor beneficiaire aanvaarding door een wettelijke vertegenwoordiger zonder dat een machtiging van de kantonrechter nodig is. Daarnaast beschermt het erfrecht de belangen van minderjarigen, en het verzoek zou dit systeem ondermijnen door een carte blanche machtiging te verlenen zonder toezicht.
De kantonrechter benadrukte dat machtigingsverzoeken concreet en bepaalbaar moeten zijn om duidelijkheid te verschaffen over de rechtsgevolgen. Het verzoek voldeed hier niet aan, waardoor het werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap namens de minderjarige wordt afgewezen.