ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2931
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs drogen luchtleidingen na reiniging tankcoontainer
In deze zaak vordert Kravag dat H&S wordt gehouden aan de verplichting om luchtleidingen na reiniging van een tankcoontainer te drogen. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen Bositra en H&S was overeengekomen dat H&S de luchtleidingen zou reinigen, maar Kravag moest bewijzen dat H&S deze ook moest drogen.
Tijdens het getuigenverhoor verklaarde een chauffeur dat hij geen opdracht had gekregen om de luchtleidingen te laten drogen en dat het drogen door hemzelf met behulp van een compressor werd uitgevoerd, soms met assistentie van een medewerker van H&S. De verklaringen van andere getuigen bevestigden dat H&S niet verantwoordelijk was voor het drogen.
De rechtbank concludeerde dat Kravag niet is geslaagd in haar bewijsopdracht en dat het niet drogen van de luchtleidingen geen tekortkoming van H&S oplevert. De vordering wordt afgewezen en Kravag wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van Kravag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat H&S verplicht was de luchtleidingen na reiniging te drogen.