ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3457
Rechtbank Oost-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeende relatie met cliënt niet gegrond verklaard
Een reclasseringswerker werd op staande voet ontslagen door haar werkgever wegens een vermeende intieme seksuele relatie met een cliënt waarvoor zij verantwoordelijk was. De werkgever stelde dat dit een dringende reden vormde voor ontslag, mede vanwege schending van de gedragscode en reputatieschade.
De werknemer ontkende de relatie en voerde aan slechts enkele privéontmoetingen te hebben gehad. De verklaringen van leidinggevenden en de cliënt stonden tegenover haar ontkenningen, waardoor de feiten onduidelijk bleven. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever de dringende reden niet aannemelijk had gemaakt, mede omdat de verklaringen onvoldoende onderbouwd waren en de werknemer geen taakverzuim was gebleken.
De rechter wees de vorderingen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af en veroordeelde de werkgever tot wedertewerkstelling, betaling van salaris en proceskosten. De rechter benadrukte dat het onterechte ontslag de verhoudingen vertroebelde, maar dat dit niet automatisch tot ontbinding leidt. De werkgever werd aangespoord de verhoudingen te normaliseren, bijvoorbeeld via mediation.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werknemer wordt wedertewerkgesteld met betaling van salaris en kosten.