ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3763
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen afstand van recht van gebruik en bewoning ondanks feitelijke ontruiming woning
Eiser en zijn medestanders vorderen dat gedaagde wordt veroordeeld tot het ondertekenen van een afstandsverklaring van haar recht van gebruik en bewoning van een woning, alsmede betaling van achterstallige kosten. Dit recht was bij de overdracht van de woning in 1996 voorbehouden ten behoeve van gedaagde en eiser, en geldt gedurende het leven van de langstlevende.
Gedaagde is in 2009 uit de woning vertrokken en woont sindsdien elders, maar betwist afstand te hebben gedaan van het recht. Zij stelt dat het recht niet vervalt door feitelijke staking van gebruik en bewoning en dat zij nog steeds belang heeft bij het recht. Eiser stelt dat gedaagde feitelijk afstand heeft gedaan door verhuizing en niet-betaling van kosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat afstand van het recht een tweezijdige rechtshandeling vereist en dat feitelijke staking van gebruik niet leidt tot verval van het recht. Omdat geen expliciete afstand is gedaan en geen ontbindende voorwaarde is opgenomen, wijst de rechter de primaire vordering af. Ook de subsidiaire vordering tot betaling van achterstallige kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan spoedeisend belang.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat het recht van gebruik en bewoning blijft bestaan zolang niet uitdrukkelijk afstand is gedaan.
Uitkomst: De vorderingen tot afstand van het recht van gebruik en bewoning en betaling van achterstallige kosten worden afgewezen.