ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3915
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging boete voor illegale tewerkstelling van vreemdelingen in bakkerij
Eiser stelde beroep in tegen een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgelegde boete van €8.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het laten verrichten van arbeid door twee vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning in een bakkerij.
De rechtbank oordeelde dat het boeterapport, opgemaakt door een inspecteur van de Arbeidsinspectie, betrouwbaar was en dat verweerder bevoegd was een boete op te leggen. Echter, verweerder had nagelaten nader onderzoek te doen naar de aard van de werkzaamheden, met name of deze incidenteel van aard waren, wat relevant is voor de hoogte van de boete.
De rechtbank matigde daarom de boete voor de eerste vreemdeling met 50% tot €2.000 wegens incidentele arbeid, terwijl de boete voor de tweede vreemdeling ongewijzigd bleef op €1.000. De totale boete werd vastgesteld op €3.000. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Boete wegens illegale tewerkstelling gematigd tot €3.000 en proceskostenvergoeding toegewezen.