ECLI:NL:RBONE:2013:BZ4357
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over voortijdige ontruiming en matiging boetebeding verkoopruimte
In deze zaak gaat het om een huurovereenkomst voor een verkoopruimte in een hal met shops-in-shop concept. De huurder had de verkoopruimte per 13 mei 2012 ontruimd, terwijl de huurovereenkomst nog liep tot 14 mei 2013. De verhuurder vorderde betaling van achterstallige huur, het weer vullen van de ruimte en een boete wegens niet-nakoming.
De rechtbank oordeelde dat de wisseling van stand binnen dezelfde hal geen aanleiding gaf tot het ontstaan van een nieuwe huurovereenkomst. De oorspronkelijke overeenkomst bleef van kracht, inclusief de daarin opgenomen boetebepaling. De huurder had de ruimte tot de expiratiedatum in gebruik moeten houden en is tekortgeschoten door voortijdig te vertrekken.
De boetebepaling in de overeenkomst was echter buitensporig en leidde tot een boete die vele malen hoger was dan de jaarhuur. Gezien het excessieve karakter en de rol van de verhuurder in het geschil, matigde de rechtbank de boete tot een bedrag gelijk aan één maandhuur. De overige vorderingen van de verhuurder werden grotendeels toegewezen, met compensatie van proceskosten.
Uitkomst: Huurder is veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, het weer vullen van de ruimte en een gematigde boete gelijk aan één maandhuur.