ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5174
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Verbod op gebruik houtgestookte verbrandingsketel wegens onrechtmatige hinder en strijd met bestemmingsplan
Eiser ondervindt hinder van een houtgestookte verbrandingsketel in een ketelhuis op het terrein van een timmerfabriek en champignonkwekerij, beheerd door gedaagden. De hinder uit zich in stank- en rookoverlast waardoor eiser ramen en deuren gesloten moet houden en de tuin niet kan gebruiken. Het gezin van eiser heeft hierdoor zelfs elders moeten verblijven.
De rechtbank oordeelt dat deze hinder voorshands onrechtmatig is op grond van artikel 6:162 BW Pro in samenhang met artikel 5:37 BW Pro. Daarnaast is het ketelhuis gebouwd in strijd met het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied, binnendijks deel’. Hoewel een wijziging van het bestemmingsplan is aangevraagd, is deze nog niet goedgekeurd en is geen vergunning verleend voor het ketelhuis. De gewijzigde regelgeving maakt vergunning niet meer verplicht maar stelt wel een meldingsplicht en voorwaarden aan het gebruik.
Gedaagden voerden aan dat eiser geen spoedeisend belang had en dat de bedrijfsvoering van de kwekerij en timmerfabriek ernstig zou worden bedreigd bij stillegging van de ketel, maar deze verweren faalden. De ketel is al vaker buiten gebruik geweest zonder dat de bedrijfsvoering stilviel. De rechtbank verbiedt gedaagden het gebruik van de ketel zolang dit niet is toegestaan volgens de publiekrechtelijke regelgeving en legt een dwangsom op bij overtreding. Tevens worden gedaagden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden wordt verboden de houtgestookte verbrandingsketel te gebruiken zolang dit niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan, met oplegging van een dwangsom.