ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5201
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij invoer cocaïne
Op 17 augustus 2012 werd in Antwerpen een schip uit Ecuador met containers bestemd voor een bedrijf gecontroleerd, waarbij in één container cocaïne werd aangetroffen. De container werd onder observatie geplaatst en op 22 augustus 2012 naar een loods in Emmeloord vervoerd, waar politie een inval deed en meerdere personen aanhield.
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk binnenbrengen en voorbereiden van invoer van een grote hoeveelheid cocaïne, mede door het huren van een loods, het regelen van transport en communicatie over de lading. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het eerste feit, maar bewijs voor het tweede feit achtte hij overtuigend.
De verdediging stelde dat verdachte als directeur van het bedrijf niet wist van de cocaïne en dat belastende browsergeschiedenis door derden was veroorzaakt. Ook waren contante stortingen verklaarbaar vanuit bedrijfsactiviteiten.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestond dat verdachte op de hoogte was van de cocaïne in de container of dat hij opzettelijk betrokken was bij de invoer. Verdachte werd daarom vrijgesproken van beide tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzet bij invoer en voorbereiding van invoer van cocaïne.