ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5350
Rechtbank Oost-Nederland
- Wraking
- P.J. Wiegman
- N.K. van den Dungen-Dijkstra
- J. Barrau
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken objectieve vrees vooringenomenheid
Verzoekster, gedetineerd en verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Hovens, voorzitter van de rechtbank, omdat hij besloot drie deskundigen gelijktijdig te horen. Verzoekster stelde dat dit haar ondervragingsrecht schaadde en dat de beslissing de schijn van partijdigheid wekte.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Artikel 289 Sv Pro geeft de voorzitter de bevoegdheid maatregelen te nemen om beïnvloeding van getuigen te voorkomen, maar verplicht niet tot afzonderlijk horen. De rechtbank vond de beslissing van mr. Hovens begrijpelijk en niet onkundig of onzorgvuldig genomen.
De voorzitter motiveerde dat deskundigen verklaren op basis van expertise en niet uit geheugen, waardoor gelijktijdig horen juist discussie en toetsing bevordert. De officier van justitie ondersteunde dit standpunt. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van vooringenomenheid of schending van het procesrecht.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De beslissing is onherroepelijk en kan niet via rechtsmiddelen worden aangevochten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter mr. Hovens wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.