ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5555
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M.M. Bordenga
- M.H. van der Lecq
- B.J.T. Bouma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valse aangifte mensenhandel en misleiding IND
Verdachte werd beschuldigd van het doen van een valse aangifte van mensenhandel en het niet naar waarheid verstrekken van gegevens aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), dan wel het oplichten van een IND-medewerker. De rechtbank verklaarde de dagvaarding voor het tweede feit primair nietig vanwege onvoldoende specificiteit.
Het onderzoek betrof verklaringen van getuigen uit Nederland en het buitenland, tapgesprekken, en informatie van Interpol. Er werden echter kritische kanttekeningen geplaatst bij de betrouwbaarheid van deze bewijzen, waaronder tegenstrijdigheden in verklaringen en ontbrekende objectieve observaties.
De rechtbank oordeelde dat het beschikbare bewijs onvoldoende overtuigend was om verdachte te veroordelen. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, de politie district Twente, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het strafbare feit niet bewezen was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de dagvaarding voor het tweede feit primair nietig. De benadeelde partij kan haar vordering alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en dagvaarding voor het tweede feit primair nietig verklaard.