ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5864
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-bevoegde gedeeltelijke intrekking van omgevingsvergunning wegens gebruik in drie jaar voorafgaand aan intrekking
Eiseres, een onderneming gevestigd te een vestigingsplaats, had een omgevingsvergunning voor het produceren, destilleren en bottelen van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken aan een adres. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen trok deze vergunning gedeeltelijk in, specifiek voor het stoken van whisky, met het argument dat gedurende drie jaar geen gebruik was gemaakt van die vergunning.
De rechtbank stelde vast dat eiseres gedurende de drie jaar voorafgaand aan de intrekking wel degelijk handelingen had verricht met gebruikmaking van de vergunning, namelijk het opslaan van dranken op het terrein. Dit gebruik valt binnen de reikwijdte van de vergunning en voorkomt dat de intrekking op grond van artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wabo gerechtvaardigd is.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin een vergelijkbare intrekking van een milieuvergunning werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat de wetgeving op dit punt niet inhoudelijk was gewijzigd door de invoering van de Wabo.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de gemeente niet bevoegd was tot de gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunning en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunning omdat de vergunning in de drie jaar voorafgaand aan de intrekking wel is gebruikt.