ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6900
Rechtbank Oost-Nederland
- Wraking
- M.C.G.J. van Well
- T.P.E.E. van Groeningen
- A.E.B. ter Heide
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid bij regiezitting
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters C. van Linschoten, M.M.L.A.T. Doll en F.J.H. Hovens, omdat hij meende dat zij onterecht een zwaar toetsingscriterium hanteerden bij de afwijzing van verzoeken tot onderzoekshandelingen en getuigenverhoren tijdens een regiezitting. Verzoeker stelde dat de rechtbank ten onrechte het noodzakelijkheidscriterium toepaste in plaats van het verdedigingscriterium en dat de afwijzing van getuigenverzoeken de indruk wekte dat de strafmaat reeds was bepaald.
De rechtbank oordeelde dat een regiezitting niet wettelijk geregeld is en dat het toepassen van het noodzakelijkheidscriterium op zich geen onbegrijpelijke of vooringenomen beslissing is. Tevens werd geoordeeld dat de toelichting van de rechtbank op de afwijzing van getuigenverzoeken geen aanwijzing gaf voor vooringenomenheid. De rechtbank verwierp de stelling dat onvoldoende voorbereidingstijd door het Openbaar Ministerie een verschoonbare reden was voor het late indienen van verzoeken.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die objectief wijzen op vooringenomenheid, wat in deze zaak ontbrak. De beslissing van de rechtbank werd als een processuele beslissing gezien die via een rechtsmiddel in hoger beroep kan worden aangevochten, maar niet via wraking. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en deze beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve gronden voor vooringenomenheid.