ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6988
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling herstel- en schoonmaakkosten na echtscheiding en huurrechtsovergang
Na de echtscheiding tussen huurder A en huurder B werd het huurrecht van de woning aan huurder B toegewezen. Later kwamen huurder A en B overeen dat huurder A voortaan huurder zou zijn, een afspraak die niet binnen het wettelijk huurrecht past, maar door de woningcorporatie pragmatisch werd geaccepteerd onder de voorwaarde dat huurder A de kosten voor schoonmaak- en herstelwerkzaamheden zou dragen.
Huurder A weigerde deze kosten te betalen en stelde dat huurder B de schade had veroorzaakt en dat hij onder misbruik van omstandigheden akkoord was gegaan met de betalingsregeling. De rechtbank oordeelde dat huurder A gebonden was aan de afspraken en dat er geen sprake was van misbruik van omstandigheden, mede omdat huurder A zelf de situatie had gecreëerd en de woningcorporatie slechts pragmatisch had gehandeld.
De rechtbank veroordeelde huurder A tot betaling van de kosten en rente, wees zijn tegenvordering af en veroordeelde huurder B in de vrijwaringsprocedure tot betaling van de door huurder A betaalde kosten en rente. De proceskosten werden eveneens verdeeld conform de uitspraken.
Uitkomst: Huurder A is veroordeeld tot betaling van schoonmaak- en herstelkosten met rente, en huurder B is veroordeeld tot vergoeding aan huurder A in vrijwaring.