ECLI:NL:RBONE:2013:BZ8297
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en bewijs van overeenkomst van geldlening tussen BMH Instruments en gedaagde
BMH Instruments heeft aan gedaagde een lening van €300.000,-- verstrekt, vastgelegd in twee verschillende versies van een overeenkomst van geldlening. De kern van het geschil betreft de uitleg van deze overeenkomst en de vraag wanneer de lening terugbetaald moest worden. BMH stelt dat de lening uiterlijk 31 december 2011 voldaan moest zijn en dat vanaf 1 januari 2012 rente verschuldigd is. Gedaagde betwist dit en verwijst naar een andere versie van de overeenkomst waarin terugbetaling afhankelijk zou zijn van betaling van een managementfee.
De rechtbank stelt vast dat beide versies verschillen en dat het niet duidelijk is welke versie bindend is. De rechtbank houdt rekening met het feit dat Engels niet de moedertaal van partijen is en past het Haviltexcriterium toe, waarbij ook de redelijke verwachtingen van partijen worden meegewogen. De rechtbank concludeert dat BMH als professionele partij had moeten vragen naar reeds bestaande zekerheidsrechten, wat niet is gebeurd.
Omdat niet vaststaat welke afspraken gelden, draagt de rechtbank BMH op om bewijs te leveren dat de lening uiterlijk 31 december 2011 terugbetaald diende te zijn, bij gebreke waarvan rente verschuldigd is. De zaak wordt aangehouden en zal op 10 april 2013 worden voortgezet met de mogelijkheid tot het leveren van bewijs door BMH, waaronder getuigenverhoor. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank draagt BMH op bewijs te leveren van haar stelling over terugbetaling en rente en houdt de zaak aan voor verdere behandeling.