ECLI:NL:RBONE:2013:BZ9483
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsvermoeden en tegenbewijs bij bestemming pad als buurweg
In deze zaak staat centraal of een pad over een perceel bestemd is als buurweg. De rechtbank bevestigt het bewijsvermoeden dat het pad als buurweg dient, gebaseerd op feitelijk gebruik door de buren. Eisers mogen tegenbewijs leveren om dit vermoeden te weerleggen.
Partijen hebben ter comparitie ter plaatse hun standpunten toegelicht. Eisers stelden dat het pad niet als buurweg is bestemd, maar dat het gebruik voortkomt uit een erfdienstbaarheid ten behoeve van een ander perceel. De rechtbank oordeelt echter dat deze rechtsdwaling geen bijzondere betekenis heeft en juist wijst op een stilzwijgende bestemming tot buurweg.
De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat ongestoord bezit van een buurweg een tegenbewijs vatbaar vermoeden oplevert. De rechtbank bepaalt dat eisers tegenbewijs mogen leveren, maar dat het bewijsrisico bij gedaagden blijft liggen. Verder is het proces rond het leveren van bewijsstukken en getuigenverhoren vastgesteld en wordt de zaak aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het bewijsvermoeden dat het pad als buurweg dient wordt bevestigd, maar eisers mogen tegenbewijs leveren; de zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering.