ECLI:NL:RBONE:2013:CA0014
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond: schriftelijke mededeling dwangmedicatie niet verstrekt in strijd met Wet Bopz
Verzoekster was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en onderging dwangmedicatie vanaf oktober 2012. Zij ontving geen schriftelijke beslissingen over de toepassing en voortzetting van de dwangmedicatie, noch een behandelplan, en verzette zich tegen de behandeling.
Na klachten bij de klachtencommissie en een verzoekschrift bij de rechtbank oordeelde de rechtbank dat de instelling ten onrechte nagelaten had de schriftelijke beslissingen conform art. 38c lid 2 Wet Bopz aan verzoekster te verstrekken. Mondelinge mededelingen en het rechtvaardigende ziektebeeld konden dit niet compenseren.
De rechtbank vernietigde de besluiten tot toepassing en voortzetting van de dwangmedicatie. De klacht werd gegrond verklaard, waarbij de overige klachten niet meer hoefden te worden behandeld. De uitspraak benadrukt het belang van schriftelijke communicatie ter bescherming van de lichamelijke integriteit van de patiënt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht gegrond en vernietigt de besluiten tot toepassing en voortzetting van dwangmedicatie wegens het ontbreken van schriftelijke mededeling conform art. 38c lid 2 Wet Bopz.