De gemeente Deventer legde op grond van artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding op aan de leden van de gemeenteraad over de Financiële Paragraaf van het Stadhuiskwartierproject. De raad bekrachtigde dit besluit. Eiser, lid van de raad, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de geheimhouding omdat hij de stukken wilde voorleggen aan een externe financieel deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en gaf het college de gelegenheid dit te herstellen. Vervolgens verklaarde het college het bezwaar ongegrond en handhaafde de geheimhouding. De rechtbank toetste de belangenafweging tussen openbaarheid en de economische en financiële belangen van de gemeente, alsmede het voorkomen van benadeling bij de aanbesteding.
De rechtbank concludeerde dat het college en de raad in redelijkheid tot handhaving van de geheimhouding konden besluiten. Er was geen sprake van strijd met rechtsregels of beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het college werd verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden.