Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De feiten
12 maart 2008.
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde zijn beiden betrokken bij de ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding. Eiser heeft een woning verkocht die onderdeel uitmaakt van de verdeling van de ontbonden gemeenschap. Hoewel de ex-echtgenote van eiser haar toestemming heeft gegeven voor de doorhaling van de hypothecaire inschrijving, weigert gedaagde deze medewerking te verlenen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de hypothecaire zekerheid valt binnen de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en dat gedaagde daarom verplicht is mee te werken aan de doorhaling. De bezwaren van gedaagde, waaronder onduidelijkheden over de aard van de verkoopovereenkomst en zorgen over de betrokkenheid van een BV, worden niet gegrond bevonden.
De rechter stelt vast dat de verkoopakte en de akte van verdeling en levering duidelijk maken dat medewerking tot doorhaling vereist is. Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan doorhaling van de hypothecaire inschrijving en betaling van proceskosten.