Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde sub 2],
1.Het procesverloop
2.De beoordeling in het incident
“1. De verzekeraar met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat kan worden opgeroepen:
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding na een verkeersongeval in Duitsland. De rechtbank Overijssel behandelt een bevoegdheidsincident waarin de gedaagden, waaronder een Duitse verzekeraar en een buitenlandse vennootschap, betogen dat de Duitse rechter bevoegd is op grond van de EEX-Verordening.
De rechtbank overweegt dat de Nederlandse rechter bevoegd is voor de vordering tegen de Duitse verzekeraar op grond van het arrest van het Hof van Justitie van 13 december 2007 en de toepasselijke artikelen van de EEX-Verordening. Voor de vordering tegen de buitenlandse vennootschap geldt dat de Duitse rechter bevoegd is volgens artikel 5 lid 3 van Pro de EEX-Verordening.
De rechtbank constateert dat de belangen van beide gedaagden zodanig met elkaar verbonden zijn dat zij als één partij moeten worden beschouwd volgens artikel 27 van Pro de EEX-Verordening. Hierdoor zou de Duitse rechter zich onbevoegd moeten verklaren. Gezien de ratio van de autonome bevoegdheidsbepalingen en de bescherming van de zwakkere partij, verklaart de rechtbank zich bevoegd voor beide vorderingen.
De vordering tot onbevoegdverklaring van de rechtbank wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af.