ECLI:NL:RBOVE:2013:2191
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Stoové
- M.A.H. Heijink
- H. Bloebaum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken afhankelijkheidsrelatie bij ontucht met minderjarige
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte en haar medeverdachte die werden verdacht van ontucht met een toen 17-jarige minderjarige in de periode van oktober 2000 tot oktober 2001. De officier van justitie stelde dat de minderjarige aan de zorg en waakzaamheid van de verdachten was toevertrouwd, waardoor sprake zou zijn van strafbare ontucht. Verdachte en haar raadsvrouw betoogden dat de seksuele contacten vrijwillig waren en er sprake was van een gelijkwaardige vriendschapsrelatie zonder afhankelijkheid.
De rechtbank stelde vast dat seksuele handelingen hadden plaatsgevonden, maar dat de juridische vraag was of de minderjarige aan de zorg van verdachten was toevertrouwd zoals bedoeld in artikel 249 Sr Pro. De rechtbank concludeerde dat hoewel er in de beginjaren sprake was van een zorgrelatie, vanaf het moment dat verdachte en de minderjarige samen uitgingen, sprake was van een gelijkwaardige vriendschapsrelatie zonder afhankelijkheid of overwicht.
Getuigenverklaringen bevestigden het ontbreken van een afhankelijkheidsrelatie tijdens de periode van de seksuele contacten. De rechtbank vond geen wettig en overtuigend bewijs dat de minderjarige aan de zorg of waakzaamheid van verdachten was toevertrouwd en sprak verdachte vrij. De civiele schadevordering werd afgewezen wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een zorg- of afhankelijkheidsrelatie met de minderjarige.