Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met 6 producties;
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn gewezen echtgenoten die overeenkwamen dat de vrouw en hun twee dochters in de voormalige echtelijke woning kunnen verblijven tot verkoop. Zij spraken af ieder de helft van de hypotheeklasten te betalen.
De gedaagde stopte vanaf december 2012 met het betalen van zijn deel van de hypotheeklasten. De eiseres vorderde in kort geding betaling van de achterstallige bedragen, voortzetting van de maandelijkse betalingen en een dwangsom bij niet-nakoming.
De gedaagde erkende de betalingsverplichting, maar stelde financieel niet in staat te zijn te betalen. Dit werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van toerekenbare tekortkoming en een spoedeisend belang voor de eiseres.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van € 2.155,44 met wettelijke rente, tot voortzetting van de maandelijkse betalingen van € 430,60 aan de ING Bank en tot betaling van een dwangsom van € 500 per maand bij niet-nakoming, tot een maximum van € 10.000.
De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige hypotheeklasten, voortzetting maandelijkse betalingen en een dwangsom bij niet-nakoming.