ECLI:NL:RBOVE:2013:2669
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot bijdrage in woonlasten na beëindiging gezamenlijke relatie en eigendom woning
Partijen hadden een affectieve relatie en waren ieder voor de helft eigenaar van een woning met gezamenlijke hypotheek. Na beëindiging van de relatie in april 2013 woont eiser nog in de woning en gedaagde niet meer. Eiser vordert dat gedaagde bijdraagt in de woonlasten tot verkoop woning.
Gedaagde betwist het spoedeisend belang en stelt dat eiser het volledige gebruiksrecht heeft en een hoger inkomen. Tevens vordert gedaagde in reconventie een gebruikersvergoeding van eiser. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft vanwege het voorkomen van betalingsachterstand en verlies van NHG.
De rechter stelt vast dat partijen ieder voor de helft eigenaar zijn en in beginsel ook ieder voor de helft moeten bijdragen, tenzij anders overeengekomen. Er is geen regeling die afwijking rechtvaardigt. Gelet op het gebruiksrecht van eiser en het ontbreken daarvan bij gedaagde, is het redelijk dat gedaagde na aftrek van een gebruikersvergoeding een derde van de lasten bijdraagt.
De totale lasten bedragen €809,39 per maand, een derde daarvan afgerond €270. Gedaagde wordt veroordeeld vanaf juni 2013 te betalen, omdat zij tot eind april nog bijdroeg. Voor de maanden juni tot en met oktober 2013 wordt een bedrag van €1350 ineens toegewezen. De vorderingen van gedaagde in reconventie worden afgewezen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een derde van de woonlasten vanaf juni 2013 tot verkoop woning, met afwijzing van reconventionele vorderingen.