Eiseres was werkzaam bij de Christelijke Hogeschool Windesheim en haar dienstverband eindigde op 1 februari 2011. Na deze datum verrichtte zij tot 8 februari 2011 afrondende werkzaamheden. Op 4 maart 2011 meldde zij zich ziek en vroeg zij een Ziektewet-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen werd geweigerd.
De rechtbank stelde vast dat de oorspronkelijke dienstbetrekking op 1 februari 2011 was geëindigd en dat de ziekmelding buiten de vierwekentermijn viel waarbinnen aanspraak op ziekengeld kan bestaan. De kernvraag was of de afrondende werkzaamheden na 1 februari 2011 een nieuwe dienstbetrekking vormden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiseres persoonlijk arbeid verrichtte, er geen verplichting tot loonbetaling bestond voor deze werkzaamheden. Omdat aan het criterium van loonbetaling niet was voldaan, was er geen nieuwe arbeidsovereenkomst. Hierdoor had eiseres geen recht op Ziektewet-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard.