ECLI:NL:RBOVE:2013:2797
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing executoriaal derdenbeslag op kinderopvangtoeslag
Eiseres vorderde opheffing van het executoriaal derdenbeslag dat gedaagde had gelegd op haar kinderopvangtoeslag, omdat zij door het beslag in acute financiële problemen zou komen en haar werk niet meer zou kunnen uitoefenen. Eiseres stelde dat gedaagde misbruik maakte van haar executiebevoegdheid door beslag te leggen op een toeslag die bestemd is voor de opvangkosten van haar zoon.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis waarop het beslag is gebaseerd niet berust op een juridische of feitelijke misslag en dat gedaagde gerechtigd is tot executie. Er waren geen nieuwe feiten die een noodsituatie voor eiseres veroorzaakten. Hoewel het beslag een financiële last voor eiseres vormt, weegt het belang van gedaagde bij de executie zwaarder.
De rechter overwoog dat de kinderopvangtoeslag volgens artikel 45 AWIR Pro niet vatbaar is voor beslag, behalve in gevallen zoals deze waarin het beslag betrekking heeft op een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie. Het beslag is daarom niet onrechtmatig. De vorderingen van eiseres werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het executoriaal derdenbeslag op de kinderopvangtoeslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.