Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Ieder1.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
904,00
Rechtbank Overijssel
De huurder huurde sinds februari 2011 een woning van Ieder1. Na ontdekking van een hennepkwekerij in de woning in augustus 2013, gaf Ieder1 de huurder de keuze om de huurovereenkomst zelf te beëindigen of een procedure te starten. De huurder tekende op 26 augustus 2013 een verklaring tot beëindiging per 1 oktober 2013, maar stelde later dat dit onder invloed van medicatie en hulp tot stand kwam, waardoor sprake zou zijn van een wilsgebrek.
De rechtbank oordeelt dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het wilsgebrek, zoals medische verklaringen of bewijs van medicijngebruik op dat moment. De verklaring is bovendien in aanwezigheid van een hulpverlener getekend. De huurder heeft ook de huur voor oktober teruggevraagd, wat impliceert dat hij de beëindiging erkent.
De rechtbank stelt vast dat de huurder de woning zonder recht of titel bewoont en veroordeelt hem tot ontruiming binnen drie dagen na betekening, met veroordeling in de proceskosten. De vordering van Ieder1 wordt toegewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen na betekening.