ECLI:NL:RBOVE:2013:2998

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 december 2013
Publicatiedatum
2 december 2013
Zaaknummer
C-07-200354 - HZ RK 12-49
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing vereffening nalatenschap wegens gebrek aan baten met voorwaardelijke publicatie

De rechtbank Overijssel heeft op 4 december 2013 de vereffening van de nalatenschap van Johannes Engel De Boer opgeheven vanwege het ontbreken van voldoende activa om de vereffening voort te zetten. De nalatenschap bestond voornamelijk uit onroerende zaken met hypotheken en nagenoeg geen liquide middelen. De vereffenaar had substantiële schulden geïnventariseerd en kon haar loon niet meer voldoen.

Verzoekster, die de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, werd gehoord en reageerde schriftelijk op het verzoek tot opheffing en de declaratie van het loon van de vereffenaar. De rechter-commissaris bracht een voordracht uit tot opheffing op grond van artikel 4:209 BW Pro. De rechtbank achtte de opheffing geïndiceerd en stelde vast dat publicatie van de opheffing in het dagblad Stentor alleen zal plaatsvinden als verzoekster bereid is de kosten te vergoeden; anders wordt de vereffenaar van de publicatieplicht ontheven.

De beschikking bevatte tevens dat de opheffing in het boedelregister wordt ingeschreven en op internet wordt geplaatst. De rechter-commissaris had het loon van de vereffenaar reeds vastgesteld. De procedure omvatte diverse brieven en verzoeken van de vereffenaar, rechter-commissaris en verzoekster, waarbij ook de schoonzus van verzoekster schriftelijk reageerde.

Uitkomst: De rechtbank heeft de vereffening van de nalatenschap opgeheven wegens gebrek aan baten en de publicatie van de opheffing afhankelijk gesteld van vergoeding van de kosten door verzoekster.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rekestnummer: C/07/200354 / HZ RK 12-49
Beschikking van 4 december 2013
in de zaak van
MONSERRAT RINCON DE LA PEÑA,
wonende te Spanje,
verzoekster,
voorheen advocaat mr. R. de Lange te Deventer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 12 oktober 2012 tot benoeming van de vereffenaar en de rechter-commissaris
- het verzoek tot opheffing van de vereffening van de vereffenaar van 10 januari 2013
- de brief van de rechter-commissaris aan de vereffenaar van 30 januari 2013
- de brief van de vereffenaar van 14 maart 2013
- de toestemming tot verkoop van de rechter-commissaris van 14 mei 2013 en 15 juli 2013
- het verzoek tot vaststelling van het loon van de vereffenaar
- de brief van de griffier aan verzoekster van 10 juni 2013
- de brief van drs. G.M. de Boer te Tricht van 24 juli 2013
- de brief van de griffier aan drs. G.M. de Boer te Tricht van 21 augustus 2013
- de brief van de rechter-commissaris aan de vereffenaar van 23 augustus 2013
- het herhaald verzoek van de vereffenaar tot opheffing van de vereffening van 23 september 2013
- de brief van verzoekster, door de rechter-commissaris ontvangen op 9 oktober 2013
- de loonbeschikking van de rechter-commissaris van 15 november 2013.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 12 oktober 2012 van deze rechtbank is op verzoek van verzoekster, die de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, tot vereffenaar van de nalatenschap van
De Boer, Johannes Engel, geboren te ’s-Gravenhage op 19 maart 1948, laatstelijk wonende te Ommen en overleden op 15 oktober 2011 te Hoogeveen,
benoemd
mr. M.E.M. Jansen op de Haar,kandidaat-notaris bij Lever Netwerk Notarissen,
kantoorhoudende te Meppel.
Bij die beschikking is tot rechter-commissaris benoemd mr. M.H.S. Lebens-de Mug, rechter van deze rechtbank.
2.2.
De vereffenaar heeft verzocht om opheffing van de vereffening alsmede om haar loon te bepalen.
2.3.
Verzoekster is omtrent dat verzoek gehoord. Van haar is een schriftelijke reactie ontvangen.
2.4.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank mondeling de voordracht tot opheffing van de vereffening gedaan.

3.De beoordeling

3.1.
De rechter-commissaris heeft, na kennisneming van de brieven van de vereffenaar, houdende bevindingen inzake de vereffening met een daarbij gevoegd financieel overzicht van bezittingen en schulden, opgemaakt door F. Middag van Brink Accountants te Zuidwolde en een overzicht van bezittingen en schulden van de vereffenaar, nadien aangevuld met nadere gegevens met betrekking tot bankrekeningen, aan de rechtbank de voordracht gedaan om op de voet van artikel 4:209 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) de opheffing van de vereffening te bevelen omdat de geringe waarden van de baten van de te vereffenen nalatenschap daartoe aanleiding geven.
3.2.
De rechtbank acht genoegzaam aangetoond dat de nalatenschap onvoldoende activa omvat die vereffend kunnen worden. De activa betreft nagenoeg alleen een aantal onroerende zaken. Van een tweetal appartementen in Spanje, waarop hypotheekrechten rusten, wordt door verzoekster betwist wordt dat deze tot de gemeenschap behoren. Een tweetal appartementen in Nederland is tijdens de vereffening verkocht maar de opbrengsten daaruit onderschrijden veruit de daartegenover staande hypothecaire bankschuld(en).
Aanvankelijke onduidelijkheid over bankrekeningen is opgehelderd met door de vereffenaar ontvangen berichten van de bankinstellingen, waarbij ook in zoverre geen nadere baten zijn gebleken. Daarentegen heeft de vereffenaar wel nadere, substantiële schulden alsmede ook in bedrag onbekende schulden geïnventariseerd.
De vereffenaar heeft aangegeven dat er geen middelen meer zijn om de loonkosten van de vereffenaar te voldoen nadat haar eerder gemaakte loonkosten in overleg met de hypotheekhouder uit de verkoop van de appartementen zijn voldaan.
De rechtbank acht derhalve de opheffing van de vereffening geïndiceerd.
3.3.
Ingevolge artikel 4:209, lid 1 BW worden over een verzoek tot opheffing van de vereffening gehoord de verzoeker, de erfgenamen en de vereffenaar. In deze zaak zijn de hoedanigheid van verzoeker en die van enig erfgenaam, die de nalatenschap niet heeft verworpen maar beneficiair aanvaard, in verzoekster verenigd.
3.4.
Nu het verzoek tot opheffing is gedaan door de vereffenaar is verzoekster in de gelegenheid gesteld om daarop alsook op de declaratie inzake het loon van de vereffenaar te reageren.
3.5.
De schoonzus van verzoekster, drs. G.M. de Boer, heeft – naar zij heeft vermeld op verzoek van verzoekster – uitvoerig op het verzoek tot opheffing van de vereffening gereageerd. Verzoekster heeft de betreffende brief door middel van ondertekening van een kopie daarvan als de hare bekrachtigd. In de brief gaat zij in op enkele aspecten die op de vereffening zien, maar ook op zaken die voor haarzelf van belang zijn zoals ontbrekende middelen om haar advocaat te betalen en de voorgenomen verwerping van de erfenis.
Voor zover de brief aspecten van de opheffing van de vereffening betreft, acht de rechtbank daarin geen redenen gelegen die haar hierboven eerder vermeld oordeel anders maken. Inzake de door verzoekster in haar brief aangesneden andere vragen en onderwerpen kan de rechtbank in het kader van de vereffening geen beslissingen nemen.
3.6.
Ten aanzien van het verzoek van verzoekster om, ondanks het verzoek van de vereffenaar om haar uit kostenoogpunt te ontheffen van de publicatieplicht, de opheffing van de vereffening in de Stentor te doen plaatsen, naast publicatie van deze beschikking op internet, overweegt de rechtbank dat zij de vereffenaar voorwaardelijk zal ontheffen van de publicatieplicht, in die zin dat zij publicatie in de Stentor afhankelijk zal stellen van de bereidheid van verzoekster om de kosten hiervan voor haar rekening te nemen, zoals hierna aan te geven.
3.7.
Op het verzoek van de vereffenaar tot vaststelling van het loon heeft de rechter-commissaris bij beschikking van 15 november 2013 reeds beslist.
3.8.
De rechtbank zal derhalve de opheffing van de vereffening bevelen.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van:
DE BOER, Johannes Engel,
geboren te ’s-Gravenhage op 19 maart 1948,
laatstelijk wonende te Ommen,
overleden op 15 oktober 2011 te Hoogeveen,
4.2.
verstaat dat de rechter-commissaris in deze vereffening het loon van de vereffenaar heeft vastgesteld,
4.3.
bepaalt dat de vereffenaar de opheffing van de vereffening dient te publiceren in de Staatscourant en/of in dagblad Stentor, editie Vechtdal, indien verzoekster zich binnen een door de vereffenaar te bepalen redelijke termijn jegens de vereffenaar bereid heeft verklaard om aan haar de kosten van (één van) die publicaties te vergoeden,
4.4.
ontheft de vereffenaar van de wettelijke publicatieplicht indien verzoekster desgevraagd de bereidverklaring als bedoeld onder 4.3 niet afgeeft,
4.5.
bepaalt dat de griffier deze opheffing onverwijld in het boedelregister zal inschrijven,
4.6.
verstaat dat deze beschikking op internet/www.rechtspraak.nl/uitspraken zal worden geplaatst.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2013.