Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in het geschil tussen
[eiseres]
Overwegingen
- een loongerelateerde werkloosheidsuitkering voor de duur van 2,5 jaar;
- een suppletie-uitkering voor de duur van 66 maanden;
- een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.
- € 55.809,84 wegens genoten WAO-uitkering over de periode 1 september 2005 tot 1 maart 2009;
- € 44.995,94 wegens genoten WW-uitkering over de periode 1 september 2005 tot 1 februari 2009;
- € 68.422,75 wegens genoten WAO-uitkering over de periode 1 maart 2009 tot 1 februari 2012.
- arbeidsongeschiktheid (om diverse genoemde redenen) niet de oorzaak is van het niet verrichten van haar werkzaamheden, als gevolg waarvan geen sprake is van een recht krachtens hoofdstuk VI van het Arar;
- de wetgever voor situaties als de onderhavige niet heeft voorzien in een anticumulatiebepaling. Het ontbreken daarvan leidt in de visie van eiseres niet tot onredelijke uitkomsten, omdat zij bij een normaal carrièreverloop in de toekomst zou hebben kunnen doorstromen naar een schaal in de hogere functies.