De stichting Woningstichting De Woonplaats vordert in kort geding de ontruiming van een woning vanwege overtreding van de huurovereenkomst, waarin handel in drugs verboden is.
Op 19 september 2013 vond een politie-inval plaats waarbij 2.460 gram marihuana, een geladen vuurwapen en munitie werden aangetroffen. De Woonplaats baseert haar vordering op deze feiten en meldingen van buurtbewoners over overlast en drugshandel. De huurder betwist betrokkenheid en stelt dat de aangetroffen middelen van derden zijn en dat hij niet op de hoogte was.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de omvang van de aangetroffen middelen en wapens wijst op handel en dat de huurder verantwoordelijk is voor wat in zijn woning gebeurt. Het verweer dat hij niet op de hoogte was, wordt niet aannemelijk geacht. De ontruimingsvordering wordt daarom toegewezen met een termijn van 14 dagen. De vordering tot ontruiming met inzet van de sterke arm wordt afgewezen omdat dit exclusief aan de deurwaarder is voorbehouden.
De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten, waarbij een deel van de griffierechten ten laste van De Woonplaats komt vanwege de keuze voor de voorzieningenrechter in plaats van de kantonrechter.