Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:
[verdachte],
wonende te [woonplaats],
ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
TENLASTELEGGING
(vervolgens)
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
VOORVRAGEN
BEWIJSOVERWEGINGEN
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het standpunt van de verdediging
Het oordeel van de rechtbank
Feit 1
te Nieuw Heeten. (…) Ik weet niet hoe laat het was maar ik sliep al, toen ik wakker werd van een licht in mijn slaapkamer. Ik lag met het hoofd naar het raam. Ik deed mijn ogen open en keek op. Ik zag dat er een persoon in mijn slaapkamer was. Deze persoon scheen met een
Feit 2
Feit 3 en 4
Feit 5
Feit 6, 7 en 8
dag – 3 mei 2013 – in de nabijheid van de woningen stond geparkeerd waar de woninginbraak is gepleegd dan wel waar dat is gepoogd. Deze enkele omstandigheid brengt echter niet met zich mee dat verdachte de woninginbraak heeft gepleegd, dan wel een poging daartoe heeft gedaan. Nu er geen wettig en overtuigend bewijs is, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van hetgeen aan hem onder 6, 7 en 8 ten laste is gelegd.
BEWEZENVERKLARING
STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
STRAFBAARHEID van de VERDACHTE
d.d. 30 augustus 2013, uitgebracht door C.J.F. Kemperman, psychiater en uit het psychologisch onderzoeksrapport d.d. 16 september 2013 uitgebracht door drs. J.P.M. de Leeuw, psycholoog, voornoemde onderzoeksrapportages door beide gedragsdeskundigen geen conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van (de mate van) toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten ten gevolge van de weigering van verdachte tot medewerking aan enig persoonlijkheidsonderzoek. De rechtbank gaat gelet op het vorenoverwogene uit van volledige toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar.
MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het standpunt van de verdediging
Het oordeel van de rechtbank
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vordering van de benadeelde partij [naam 1]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.
Schadevergoeding [slachtoffer 1]
[slachtoffer 1] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.