Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 juni 2013
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de akte vermindering van eis van Sallandshoeve
- het proces-verbaal van comparitie van 10 oktober 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
- veroordeling van [A] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sallandshoeve te betalen ter zake van de resterende servicekosten 2011, 2012 en 2013 de som van € 1.249,11, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro, over dit bedrag vanaf de vervaldata van de betreffende facturen, althans vanaf 19 juni 2013, tot aan de dag der algehele voldoening,
- veroordeling van [A] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sallandshoeve te betalen de som van € 768,-, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, ter zake van de buitengerechtelijke kosten,
4.De vordering in conventie
endoet hier niet aan af. De door [A] ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding treft geen doel, hetgeen ook geldt voor het beroep op verrekening. Dit betekent dat de betalingsverplichting van [A] nog steeds bestaat.
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
452,00(1,0 punt x tarief € 452,00)
5.De vordering in reconventie
452,00(2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 452,00)